Press "Enter" to skip to content

Erezuilen

(pagina 4 van 4)

Zuil van Phocas 

Tien stappen vóór de balustrade van de rostra, de sprekerstribune op het Forum Romanum, verrijst een eenzame zuil midden op het Forum Romanum. Hij is op 1 augustus 608 gewijd aan de Byzantijnse keizer Phocas (Gr. Φώκας). Het initiatief hiertoe werd genomen door Smaragdus, exarchus (Gr. ἔξαρχος, Byzantijns gouverneur) te Ravenna, als wederdienst aan de keizer die hem in het jaar 603 zijn positie had gegeven.

Diverse onderdelen van de zuil stammen van andere monumenten. De stijl van het Korinthisch kapiteel wijst op een herkomst uit de derde eeuw. De zuil zelf heeft er al die tijd gestaan en erbovenop prijkte een standbeeld van keizer Diocletianus. Dat is later vervangen en een inscriptie aan de noordelijke zijde maakt er melding van dat boven op de zuil een verguld bronzen standbeeld van Phocas is geplaatst. De tekst blinkt uit in vleiende woorden aan het adres van de Byzantijnse keizer.

OPTIMO, CLEMENTISS[imo piissi]MOQVE
PRINCIPI, DOMINO N(ostro) F[ocae, imperat]ORI
PERPETVO, A D(e)O CORONATO, [t]RIVMPHATORI,
SEMPER AVGVSTO,
SMARAGDVS, EX PRAEPOS(ito) SACRI PALATII
AC PATRICIVS ET EXARCHVS ITALIAE,
DEVOTVS EIVS CLEMENTIAE,
PRO INNUMERABILIBVS PIETATIS EIVS
BENEFICIIS ET PRO QUIETE
PROCVRATA ITA(liae) AC CONSERVATA LIBERTATE,
HANC STA[tuam maiesta]TIS EIVS,
AVRI SPLEND[ore fulge]NTEM, HVIC
SVBLIMI COLV[m]NA[e ad] PERENNEM
IPSIVS GLORIAM IMPOSVIT AC DEDICAVIT,
DIE PRIMA MENSIS AVGVSTI, INDICT(ione) VND(ecima),
P(ost) C(onsulatum) PIETATIS EIVS ANNO QVINTO
“Aan de voortreffelijke, meest genadige en toegewijde 
vorst, onze heer Phocas, keizer 
tot in de eeuwigheid, door God gekroond, overwinnaar,
altijd Augustus, heeft 
Smaragdus, gewezen hoofd van het heilige paleis 
en patriciër en gouverneur van Italia, 
trouw aan zijn genade, 
voor zijn ontelbare toegewijde 
weldaden en voor de rust 
die voor Italia is gezorgd en het handhaven van de vrijheid,
dit standbeeld van zijn hoogheid, 
stralend door blinkend goud, op deze 
hoge zuil tot eeuwige 
roem van hem geplaatst en ingewijd, 
op de eerste dag van de maand augustus, 
tijdens de elfde fiscale termijn, 
in het vijfde jaar na zijn liefdevol consulaat.”

De zuil is meer dan 13,5 meter hoog en heeft een diameter van bijna 1,5 meter. Je kon het voetstuk bereiken via negen treden van tufsteen die als een piramide eromheen waren aangelegd. Deze toevoeging uit latere tijd is gebouwd met materiaal uit de directe omgeving. Diverse gebouwen op het Forum Romanum verkeerden toen reeds in staat van verval. De treden zijn in 1903 verwijderd.

Het Forum Romanum met centrale voorstelling van de boog van Septimius Severus; links op de voorgrond de zuil van Phocas (gravure uit 1760 door Giovanni Battista Piranesi; bron: museicapitolini.net). Het bijschrift noemt abusievelijk de zuil een deel van de brug die keizer Caligula wilde aanleggen tussen de Palatinus en de Capitolinus.

Eén goede daad is verbonden met de naam van Phocas: in 609 heeft hij het Pantheon geschonken aan paus Bonifatius IV, die het als kerk van de martelaren heeft ingewijd. Voor de rest staat hij in de boeken als een man die er ongelooflijk lelijk uitzag: hij had rossig haar, zijn wenkbrauwen liepen in één streep over het voorhoofd, in zijn wang was een flinke jaap zichtbaar.

In 602 maakte hij als een van de hoofdcommandanten deel uit van muitende troepen in de Balkan en greep de macht in Byzantium (nadat loting onder de commandanten hem tot keizer had aangewezen, zo valt te lezen bij Johannes van Nikiu, Chronica, 102,9). Zijn bijnaam was Nikèforos (Gr. Νικηφόρος), ‘die de overwinning brengt’.

Jarenlang voerde hij een schrikbewind door vermeende samenzweerders en hun families uit te moorden. Hijzelf werd in 610 vermoord, waarbij zijn schaamdelen werden afgesneden en zijn huid tot aan de enkels gestroopt. Zijn lichaam werd verbrand en de asresten in de wind verstrooid, want ‘iedereen walgde van hem’ (Johannes van Nikiu, Chronica, 110,7).

De zuil van Phocas is het laatste, niet-christelijk monument dat op het Forum Romanum is opgericht. Omdat hij nooit is omgevallen, is hij in al die eeuwen zichtbaar geweest boven het maaiveld. Lord Byron noemde de zuil in zijn vierde canto van Childe Harold’s Pilgrimage ‘the nameless column with the buried base’.

Pagina: 1 2 3 4