Press "Enter" to skip to content

Infrastructuur

Het Romeinse Rijk is vanuit infrastructureel oogpunt groot geworden dankzij drie voorzieningen: scheepvaart, waterhuishouding en wegen. In hun omgang met deze drie ontpopten de Romeinen zich als rasorganisatoren. Toen de aandacht voor deze drie gebieden vanaf de vijfde eeuw minder werd, is de ondergang van in ieder geval het west-Romeinse Rijk ingezet.

Met scheepvaart en de zee hadden de Romeinen aanvankelijk niets. Zij waren mensen van het land, hielden het bij het boerenbedrijf en bezaten geen schepen. Dit veranderde met de dreiging van de Karthaagse suprematie in de derde eeuw vóór Christus, toen acties met een landleger alléén niet voldoende waren. Na eenmaal een Karthaags fregat buit te hebben gemaakt, wisten zij hoe schepen te bouwen. Toen consul Gaius Duilius in 260 voor Christus de Karthagers in een zeeslag by Mylae (stadje aan de noordkust van Sicilië) wist te verslaan, was dit het begin van Rome’s overmacht op maritiem gebied.

Afbeelding van een Romeinse triremis, Tunesisch mozaïek (bron: Wikipedia Commons).

Het jaar 312 vóór Christus is in die zin belangrijk, dat censor Appius Claudius Caecus het initiatief nam tot twee zaken: de bouw van het eerste, naar hem vernoemde aquaduct de Aqua Appia, en de aanleg van een, eveneens naar hem vernoemde heerbaan, i.e. brede weg, van Rome naar Capua, de Via Appia. De Aqua Appia zou vele opvolgers krijgen en in het Rome van de keizers werd de stad voorzien van water uit negen aquaducten. Lees verder het artikel over water.

De Via Appia is weliswaar niet de oudste Romeinse weg die wij kennen (de Via Salaria is ouder), maar wel de bekendste. Deze weg leidde oorspronkelijk naar Capua, maar werd binnen een aantal decennia doorgetrokken tot aan Brundisium (Brindisi). Waar voorheen de handel en het leger het moest stellen met paden en zandwegen, kon men zich voortaan redelijk snel en comfortabel over de Romeinse snelwegen verplaatsen. Lees verder het artikel over wegen.