Press "Enter" to skip to content

Lijst van keizers

Na de moord op Iulius Caesar (15 maart 44 vóór Christus) ontbrandde er een hevige strijd over de erfenis van het Romeinse Rijk. In zijn testament zou hij hebben bepaald dat zijn neef en aangenomen zoon Octavianus zijn opvolger was. Ondanks zijn zeer jeugdige leeftijd wist hij in de daarop volgende jaren zijn tegenstanders onschadelijk te maken. Het was vooral Marcus Antonius die uiteindelijk in een verbond met de Egyptische heerseres Cleopatra zijn aanspraken op de alleenheerschappij betwistte. Op 2 september 31 vóór Christus heeft Octavianus’ vlootcommandant Marcus Agrippa bij Actium in een zeeslag een einde gemaakt aan de aspiraties van Antonius en Cleopatra. In 27 vóór Christus werd Octavianus officiëel erkend als Rome’s alleenheerser. Voortaan heette hij Gaius Iulius Caesar Octavianus Augustus, kortweg Augustus. Het Romeinse keizerrijk was een feit.

De eerste vijf keizers stammen uit twee families, die van de Iulii en die van de Claudii. Het bleek lastig geschikte mannelijke kandidaten te vinden en er moest worden geput uit het arsenaal van twee geslachten. Aan deze Julisch-Claudische dynastie kwam een eind, toen keizer Nero alle steun van de senaat verloor en tot hostis, staatsvijand, werd verklaard, waarop hij zelfmoord pleegde. In het chaotische jaar van zijn dood deden drie kandidaten een gooi naar de macht. Een ieder van hen, de legercommandanten Galba, Otho en Vitellius, werden door hun eigen troepen naar voren geschoven om keizer te worden. Zij regeerden elk ongeveer vier maanden. In feite telde het jaar 69 vier keizers, als je Vespasianus meerekent, en we spreken dan ook wel over het ‘vierkeizerjaar’. 

Uiteindelijk werd orde op zaken gesteld door Vespasianus die legioenen in de provincie Iudea onder zijn gezag had. Hij en zijn twee zonen Titus en Domitianus kwamen uit de gens Flavia, wat de reden is deze keizers de ‘Flavische’ keizers te noemen. Titus was mateloos populair bij de Romeinse bevolking. Dat kon niet worden gezegd van Domitianus die op den duur steeds repressiever optrad.

Portretbuste van keizer Hadrianus, adoptiefkeizer 117-138 (vondst in de Santa Bibiana bij Stazione Termini, nu in het Palazzo Massimo). Voor een tamelijk uitgebreide verzameling portretten van Hadrianus kun je hier terecht.

Met de dood van Domitianus had Rome een probleem, want hij had geen opvolging geregeld. Uit nood heeft de senaat toen een ervaren, maar ouder lid tot keizer benoemd. Het werd Nerva, maar zijn ouderdom deed hem haastig besluiten een opvolger aan te wijzen. Om een prozaïsche reden zullen er nog vier opvolgers aangesteld worden door adoptie: de keizers hadden geen zonen. Pas Marcus Aurelius (de filosoof-keizer) kan zijn favoriete zoon, Lucius Verus, als troonopvolger aanwijzen, maar diens vroegtijdige dood maakte de weg vrij voor zijn broer Commodus die in niets te vergelijken was met zijn wijze vader.

Na het overlijden van Commodus door vergiftiging (senatoren hadden een complot gesmeed na de zoveelste provocatie van de keizer die liever de gladiator uithing dan regeerde) was de chaos compleet. Het werd het tijdperk van de soldatenkeizers. Misschien dat er nog van relatieve rust kan worden gesproken, toen Septimius Severus en Caracalla aan de macht waren, maar een eeuw lang werd de politiek in Rome ontsierd door coups die door opstandige militaire commandanten werden gepleegd.

Portretbuste van keizer Caracalla (bron: commons.wikimedia.org).

Met Diocletianus keerde aan het eind van de derde eeuw de rust weer. Hij was zo verstandig om in te zien dat het bestuur van het Romeinse Rijk te complex was voor één persoon. Hij bedacht het systeem van gedeeld keizerschap, waarbij elkaars opvolgers in een vroeg stadium werden benoemd en deel hadden aan het bestuur. We spreken van het tijdperk van de tetrarchie. In wezen was deze opzet de kiem voor de latere scheiding tussen het west- en oost-Romeinse rijk, dat zijn intrede deed in 395. Vanaf dat jaar werd het oostelijk deel onafhankelijk van het westelijk deel bestuurd. Meest bekende keizer uit deze periode is Constantijn de Grote.

Hoofd van de colossus van keizer Constantijn (nu op de cortile van het Palazzo dei Conservatori).

Het oost-Romeinse rijk zal nog een millennium blijven bestaan met als hoofdstad Constantinopel (huidig Istanbul). Het west-Romeinse rijk had zwaar te lijden onder invallen en plundertochten van horden Goten en Alemannen. Het definitieve einde kwam op 23 augustus 476: de aanvoerder van de Germaanse troepen, Odoacer, zette Romulus Augustulus af. Deze was nog maar een kind van vijftien jaar oud. Odoacer spaarde zijn leven en de laatste keizer van Rome heeft in ballingschap nog geleefd tot het eerste decennium van de zesde eeuw.

Julisch-Claudische huis
27v-14n Augustus
14-37 Tiberius
37-41 Caligula
41-54 Claudius
54-68 Nero

Driekeizerjaar
68-69 Galba
69 Otho
69 Vitellius

Flavische keizers
69-79 Vespasianus
79-81 Titus
81-96 Domitianus

Adoptief-keizers
96-98 Nerva
98-117 Traianus
117-138 Hadrianus
138-161 Antoninus Pius
161-180 Marcus Aurelius
161-169 Lucius Verus
180-192 Commodus

Soldatenkeizers
193 Pertinax (1 jan. -28 maart)
193 Didius Iulianus
193-211 Septimius Severus
211-217 Caracalla
211-212 Geta
217-218 Macrinus
218-222 Heliogabalus (Elagabal)
222-235 Alexander Severus
235-238 Maximinus Thrax
238 Gordianus I
238 Gordianus II
238 Balbinus
238 Pupienus Maximus
238-244 Gordianus III
244-249 Philippus Arabs
249-251 Decius
251-253 Trebonianus
253 Aemilianus
253-260 Valerianus
253-268 Gallienus
268-270 Claudius II Gothicus
270-275 Aurelianus
275-276 Tacitus
276-282 Probus
282-283 Carus
283-285 Carinus
283-284 Numerianus

Tetrarchen
284-305 Diocletianus
286-305 Maximianus Herculius
305-306 Constantius I Chlorus
305-311 Galerius (oost)
306-308 Maximianus Herculius
306-312 Maxentius
306-337 Constantinus Magnus
308-324 Licinius (oost)
311-313 Maximinus Daia (oost)
309-310 Maximianus Herculius
337-340 Constantinus II
337-350 Constans (west)
337-361 Constantius II
331-363 Iulianus Apostata (ἀποστάτης, ‘afvallige’)
363-364 Iovianus
364-375 Valentinianus I (west)
364-378 Valens (oost)
375-392 Valentinianus II
375-383 Gratianus
379-395 Theodosius (Θεοδόσιος)

(na verdeling van het Imperium Romanum)

West-Romeins rijk
395-423 Honorius
425-455 Valentinianus III
455-456 Avitus
457-461 Maiorianus
461-465 Libius Severus III
467-472 Anthemius
472 Olybrius
475-476 Romulus Augustulus (‘kleine Augustus’)

Oost-Romeins rijk
395-408 Arcadius
408-450 Theodosius II
450-457 Marcianus
457-474 Leo I
474 Leo II
474-491 Zeno
491-518 Anastasius I
518-527 Justinus I
527-565 Justinianus I