Press "Enter" to skip to content

Ara Pacis

Het ‘altaar van de vrede’ is een van de mooiste scheppingen die de Romeinse kunst heeft opgeleverd. Zoals vaker is geen naam van een kunstenaar of architect ons bekend die met het kunstwerk in verband kan worden gebracht. Aan de bouw van het altaar is, zoals door keizer Augustus zelf is beschreven in zijn Res Gestae (‘prestaties’), begonnen in 13 vóór Christus. De inwijding was in het jaar 9 vóór Christus. Het symboliseert de door hem ingestelde nieuwe orde: de pax Romana, de ‘Romeinse vrede’.

Ara Pacis, westelijke wand (nu op het zuiden gericht) met toegang tot het centrale gedeelte (situatie oude paviljoen, foto 1984).

De eerste vondsten van dit altaar dateren van 1568. Er doken negen brokstukken van marmer op onder het Palazzo Peretti met daarop diverse voorstellingen. (Die blokken werden trouwens in stukken gezaagd om ze gemakkelijker te kunnen verplaatsen.) Aanvankelijk werd nog geen verband gelegd met het altaar. In 1859 werd het reliëf met de voorstelling van Aeneas aangetroffen. De Duitse archeoloog Frederick von Duhn was de eerste die twintig jaar later de relatie legde met de Ara Pacis. Diverse stukken waren inmiddels verspreid en terechtgekomen in de Villa Medici te Rome en in het Uffici museum te Florence. Systematische opgravingen startten in 1903.

Voor de reconstructie van het altaar werd een paviljoen ingericht naast het mausoleum van Augustus. Het werd ingewijd op 23 september 1938, op de geboortedag van de keizer (2001 jaar later). Een replica van Augustus’ inscriptie Res Gestae (zie boven) heeft een plek gekregen aan de buitenzijde van het paviljoen.

Mussolini op weg naar het paviljoen van de Ara Pacis op 23 september 1938 (bron: inexhibit.com).

Het altaar stond op de Campus Martius, het Marsveld, aan de Via Flaminia die naar het noorden van de stad leidde, vlak tegen de grenslijn van het pomerium, het heilig gebied van de stad. In de tweede eeuw was het zicht op het bouwwerk deels ontnomen, doordat het terrein werd opgehoogd vanwege het stijgende grondwater. Een muur van bakstenen hield de aarde van de hoger gelegen delen tegen. De huidige locatie van het altaar in het paviljoen is niet de oorspronkelijke en heeft een andere oriëntatie (kwart slag naar links gedraaid, d.w.z. de westelijke toegang is nu gericht op het zuiden). In het vervolg van de tekst is de oorspronkelijke oriëntatie aangehouden.

Het altaar zelf staat nu op een verhoging en wordt omgeven door een nagenoeg vierkante omheining van grofweg 11,5 bij 10,5 meter, alles van marmer. De verhoging is een replica (van marmer uit Carrara), omdat verwijdering uit de oorspronkelijke locatie in de kelder van het Palazzo Peretti dit gebouw zou ontwrichten. In de westelijke en oostelijke wand zijn openingen en het altaar kan worden bereikt via een trap aan de westzijde. Binnenin staat het eigenlijke altaar op een grondvlak van drie treden; een laatste vijftal treden brengt je bij het altaar zelf.

De buitenkant van de omheining is over twee banden met reliëfs versierd. De onderste band bevat versieringen met vegetatie (voornamelijk akanthosbladeren). Op alle hoeken zijn pilasters aangebracht met kandelabers die bovenaan eindigen in Korinthische kapitelen. De binnenkant heeft alleen versieringen op de bovenste band: festoenen met daartussenin offerschalen (Lat. paterae) en schedels van runderen, een verwijzing naar de geslachtofferde dieren.

Decoratie met festoen, runderschedels en offerschaal aan de binnenzijde van de Ara Pacis (foto 2007).

De bovenste band aan de buitenzijde bevat scènes over het prille begin van Rome en de keizerlijke familie. Links van de opening aan de westzijde moet het Lupercal, de grot waar de tweeling Romulus en Remus door de wolvin zijn gevoed, voorstellen; alleen fragmenten van de god Mars (l.) en de herder Faustulus (r.) zijn zichtbaar, de rest van het reliëf is verloren gegaan. Rechts van de opening zien we Aeneas, stamvader van de Romeinen, bij het offer van een varken met dertig jongen.

Allegorie van Tellus (of Pax), oostelijke wand Ara Pacis (foto 2007).

Waar de voorstellingen op de westelijke wand mythologisch van aard zijn, laten die op de oostelijke wand allegorieën zien. Links is Tellus, de ‘aarde’, of misschien Pax, de ‘vrede’ (en waarom niet Rhea Silvia of Venus?),  zittend afgebeeld met op haar schoot Romulus en Remus en aan haar voeten veedieren. Zij wordt geflankeerd door twee vrouwenfiguren, de een op een zwaan, allegorie van de lucht, de ander op een zeemonster, allegorie van het water. Van het rechter paneel is nagenoeg niets over. Het moet een voorstelling zijn geweest van Roma, als stadsvrouwe.

Agrippa en Iulia met tussen hen in hun zoontje Gaius Caesar, voorafgegaan door flamines (priesters) en lictores (lijfwachten), op de zuidelijke wand van de Ara Pacis (foto 2007).

Op de noordelijke en zuidelijke wanden is een stoet uitgebeeld die resp. senatoren en de gens Iulia voorstelt, de familie van keizer Augustus. Waarschijnlijk stelt deze de plechtigheid voor tijdens de inauguratie van het altaar; een van de vrouwen maant om stilte door een vinger op haar lippen te drukken. De zuidelijke wand is het compleetst. Op de rechter helft, die goed bewaard is gebleven, zien we van links naar rechts Augustus (gedeeltelijk), Agrippa (het hoofd bedekt) met zijn vrouw Iulia (dochter en enig kind van Augustus) en tussen hen in hun zoontje Gaius Caesar, dan Tiberius en achter hem zijn vrouw Antonia Minor (de ‘jongere’) met hun zoontje Germanicus, rechts van hen Drusus, broer van Tiberius.

Processie van senatoren op de noordelijke wand van de Ara Pacis (foto 2007).

De sculpturen stralen grote allure uit en doen denken aan de Griekse beeldhouwkunst uit de vijfde eeuw vóór Christus. De kleinere motieven zijn eerder hellenistisch van aard. De kwaliteit van het beeldhouwwerk doet vermoeden dat dit het product is van een Grieks atelier. Het altaar was er niet alleen om te pronken: het werd ook daadwerkelijk gebruikt om te offeren. In de randen onder de omheining zijn op gezette afstanden gaten te zien, waardoorheen het bloed van de geslachtofferde dieren kon wegstromen.

Het gemeentebestuur gaf in 1998 het sein voor de bouw van een nieuw paviljoen voor de Ara Pacis . De opdracht ging naar de Amerikaanse architect Richard Meier (zijn signatuur is op een muurtje voor het gebouw te zien). De werkzaamheden begonnen in 2000 en hebben tot 2006 geduurd. De inwijding vond in dat jaar plaats op 21 april (de dag van de stichting van de stad), precies om 21:00 uur.

Handtekening van architect Richard Meier bij de ingang van de Ara Pacis (foto 31 december 2006).

Op haar oorspronkelijke locatie vlak bij de Via Flaminia stond de Ara Pacis aan de rand van het horologium, de zonnewijzer, die Augustus een jaar voor de inwijding van het altaar had laten oprichten. (Een gedeelte van de meridiaan is teruggevonden in de kelder van het pand aan de Via di Campo Marzio 48). Als gnomon, wijzer, werd de obelisk gebruikt die Psammetichos II in de zesde eeuw vóór Christus had laten oprichten in Heliopolis, Egypte. De obelisk is nog steeds te bewonderen midden op de Piazza di Monte Citorio.

Edmund Buchner heeft in een studie uit 1976 (Römische Mitteilungen, nr. 83, pp. 319-375) willen aantonen dat de top van de wijzer (een bol van verguld brons) elk jaar op 23 september aan het eind van de middag zijn schaduw wierp op het altaar. Er zijn vele pogingen gedaan tot reconstructie, die iedere keer ongerijmdheden in Buchners theorie naar boven halen. Maar wie weet… het is een bekend feit dat zonnewijzers en meridianen door lichte verschuiving van de aardas na vele eeuwen hun precisie verliezen.

Uitgebreide informatie over ontdekkingsgeschiedenis van de Ara Pacis vind je o.a. op engramma.it.
Een voorbeeld van Buchners misrekening is bijv. op Vimeo te vinden. Een reportage over de meridiaan in de (ondergelopen) kelder van de Via di Campo Marzio 48 is ook op Vimeo te vinden. (Beide video’s zijn van prof. Bernard Frischer).