Press "Enter" to skip to content

Erezuilen

(pagina 2 van 4)

Zuil van Antoninus Pius 

Van de erezuil van keizer Antoninus Pius is alleen het voetstuk bewaard gebleven. Het bevindt zich tegenwoordig in de Cortile della Pinacoteca in de Vaticaanse Musea en staat op een opvallende plek, zodat iedere bezoeker het kan bewonderen. Je ziet het meteen bij de aanvang van de aangegeven route langs de diverse vertrekken.

De oorspronkelijke zuil moet 14,75 meter hoog zijn geweest, met een maximale diameter van 1,90 meter. Afwijkend van de andere ons bekende erezuilen was de schacht zelf niet versierd. Hij heeft gestaan in het gebied van het ustrinum Antoninorum, de crematieoven van de Antonini. Deze lag op de Campus Martius ten noorden van het Pantheon.

De zuil was officieel gewijd aan de keizer en zijn echtgenote Faustina en beiden worden voorgesteld tijdens hun apotheose (Gr. ἀποθέωσις), vergoddelijking. Hij is in 161 of 162 opgericht tijdens de heerschappij van Marcus Aurelius en Lucius Verus. Een inscriptie op een van de zijden van het voetstuk vermeldt hun namen in het kort:

DIVO ANTONINO AVG. PIO
ANTONINVS AVGVSTVS ET
VERVS AVGVSTVS FILII
“Aan wijlen Antoninus Augustus Pius,
Antoninus Augustus en
Verus Augustus, zijn zonen.”

Het voetstuk, wél versierd, is op de Monte Citorio, in het centrum van de stad, gevonden in 1703 bij werkzaamheden in de wijk (de grond eromheen werd pas in 1705 vrijgemaakt). Er zijn diverse pogingen ondernomen om het geheel te restaureren. De stukken van de zuil die er nog waren, in een schamel depot ondergebracht, zijn door een brand in 1759 grotendeels verloren gegaan.

Paus Pius VI (1775-1800) kwam met het idee om met de resten van de zuil de nog op te richten Egyptische obelisk die op de Monte Citorio in 1748 was opgegraven, aan te vullen. Deze obelisk was ooit als gnomon, wijzer, gebruikt voor het horologium Augusti, de zonnewijzer van keizer Augustus op de Campus Martius, het Marsveld.

De Monte Citorio met het vrijgemaakte voetstuk van de erezuil van Antoninus Pius in een gravure uit 1760 door Giovanni Battista Piranesi (bron: Wikipedia Commons).

De belangrijkste voorstelling toont Aion (Gr. Αἴων), allegorie van de eeuwigheid, die de keizer en zijn vrouw Faustina, omgeven door adelaars, op zijn vleugels de hemel indraagt. Op deze wijze wordt hun apotheose verbeeld. In de hoek rechtsonder is de godin Roma te zien met schild en wapenrusting aan haar voeten. Linksonder is de allegorische voorstelling van de Campus Martius, een jongeman, half liggend, die de gnomon, de obelisk van keizer Augustus uit Heliopolis, vasthoudt.

Pagina: 1 2 3 4