Press "Enter" to skip to content

Aquaducten

(pagina 5 van 6)

Aqua Alsietina

Dit aquaduct wordt gevoed door het water uit de lacus Alsietinus, d.w.z. het meer van Martignano ten noorden van Rome. Het is in het jaar 2 vóór Christus door keizer Augustus aangelegd en draagt daarom ook wel de naam aqua Augusta. Het water wordt over een afstand van bijna 33 kilometer aangevoerd en had een capaciteit van dagelijks bijna 16.000.000 liter. Het bereikt het westelijk deel van de stad langs de Ianiculus (It. Gianicolo).

Frontinus is helemaal niet te spreken over de kwaliteit van het water. Hij kan niet begrijpen dat een keizer die zo goed voor zijn volk zorgde, het van zulk water voorzag.

Quae ratio moverit Augustum, providentissimum principem, perducendi Alsietinam aquam, quae vocatur Augusta, non satis perspicio, nullius gratiae, immo etiam parum salubrem ideoque nusquam in usus populi fluentem (…)
“Ik begrijp niet goed wat de reden was die Augustus, een zeer zorgzame keizer, ertoe bewoog het water uit het Alsietinusmeer, geheten ‘aqua Augusta’, aan te voeren, water zonder enige kwaliteit. Erger nog, het is ongezond en nergens waar het stroomt, heeft het volk er wat aan (…)”
(Frontinus, De aquis urbis Romae, par. 11)

Hij voegt eraan toe dat de keizer water nodig had voor zijn naumachia ten westen van de Tiber, een theater waar zeeslagen konden worden nagebootst. Augustus’ zorgzaamheid uitte zich in die zin dat hij niet het water uit bestaande leidingen wilde aanspreken.

Aqua Claudia

Begonnen in het jaar 38 onder keizer Caligula en voltooid in het jaar 52 onder keizer Claudius is dit aquaduct het grootste en meest prestigieuze dat de Romeinen hebben voortgebracht. Beide keizers behoorden tot de gens Claudia, wat het aquaduct zijn naam bezorgde. Het wordt gevoed door het water uit de bronnen Curtius en Caeruleus nabij Arsoli en Agosta, 150 meter van de inlaat van de aqua Marcia. De waterleiding had een totale lengte van bijna 69 kilometer, waarvan 15 kilometer bovengronds. Deze wordt door tufstenen boogconstructies gedragen. De capaciteit bedroeg meer dan 184.000.000 liter per dag.

TI. CLAVDIVS DRVSI F. CAISAR AVGVSTVS GERMANICVS PONTIF. MAXIM.
TRIBVNICIA POTESTATE XII COS. V IMPERATOR XXVII PATER PATRIAE
AQVAS CLAVDIAM EX FONTIBVS QVI VOCANTVR CAERVLEVS ET CVRTIVS A MILLIARIO XXXXV
ITEM ANIENEM NOVAM A MILLIAR. LXII SVA IMPENSA IN VRBEM PERDVCENDAS CVRAVIT

“Tiberius Claudius Caesar Augustus Germanicus, zoon van Drusus, hoogste priester, 12x in de functie van tribuun, consul 5x, opperbevelhebber 27x, vader des vaderlands, heeft de aqua Claudia uit de bronnen, genaamd Caeruleus en Curtius, vanaf mijlpaal 45 en ook de Anio Novus vanaf mijlpaal 62 op eigen kosten de stad laten binnenleiden.” 
(bovenste inscriptie op de Porta Praenestina, nu Porta Maggiore)

Ook dit aquaduct komt de stad binnen bij Spes Vetus (zie boven). Het aquaduct heeft het tien jaar gedaan, maar stond tot twee keer toe lange tijd droog. Inscripties op de Porta Praenestina (nu Porta Maggiore), waar het gecombineerd werd met de aqua Marcia en aqua Tepula, maken melding van restauraties onder keizers Vespasianus (in 71) en Titus (in 81). Een vertakking, aangelegd ten tijde van keizer Nero, volgt gedeeltelijk het tracé van de aqua Appia; delen hiervan zijn in het stadsbeeld zichtbaar.

De Aqua Neroniana, vertakking van de Aqua Claudia, restanten op de Caelius langs de Via Santo Stefano Rotondo, gravure van Giovanni Battista Piranesi uit 1757 (bron: travelogues.gr).

De aqua Claudia voorzag de Caelius en de Aventinus van water en ook andere heuvels werden bereikt vanwege de hoge ligging van de leidingen. Keizer Domitianus heeft aan het einde van de eerste eeuw de waterleiding vanuit de tempel van Claudius laten verlengen tot aan zijn paleis op de Palatinus. Een laatste restauratie heeft plaatsgevonden onder keizer Septimius Severus (193-211).

Anio Novus

Deze waterleiding, in dezelfde tijd ontstaan als de aqua Claudia, volgt grotendeels het tracé daarvan. De capaciteit bedroeg bijna 197.000.000 liter per dag. Tien en een halve kilometer vóór binnenkomst in de stad vloeide het water in een piscina, een reservoir dat diende om het water door stilstand te zuiveren. Hierna vervolgde het water zijn loop gedragen op de bogen van de aqua Claudia.

De Anio leverde niet het allerhelderste water, maar dankzij keizer Traianus is daar verbetering in gekomen. Hij liet, volgens het verslag van Frontinus (De aquis urbis Romae, par. 93), het aquaduct verlengen en uitkomen op de meren van Nero’s villa bij Subiaco. Deze konden wel bogen op zuiver en koel water. De kwaliteit benaderde sindsdien die van de aqua Marcia.

Pagina: 1 2 3 4 5 6