Press "Enter" to skip to content

Aquaducten

(pagina 4 van 6)

Aqua Tepula

Deze waterleiding was het werk van de censoren Gaius Servilius Caepio en Lucius Cassius Longinus en stamt uit 125 vóór Christus. Herstelwerkzaamheden vonden plaats onder keizer Augustus in de jaren 11-4 vóór Christus. Voor zijn bron moet je drie kilometer ten zuiden van het tiende miliarium, mijlpaal, van de Via Latina zijn. De bron is de nog altijd bestaande Acqua Preziosa, ‘kostbaar water’, en kenmerkend om de lauwe staat waarin het water naar boven komt. Met een capaciteit van nog geen 19.000.000 liter per dag was het aquaduct een kleine aanbieder van water.

Het traject van dit aquaduct is niet helemaal duidelijk, wat te wijten is aan aanpassingen, verleggingen en uitbreidingen door Agrippa in 33 vóór Christus. De aqua Tepula overlapt grotendeels de route van de aqua Iulia en bereikt samen met de aqua Marcia de stad bij de kapel van Spes Vetus (zie boven).

Aureus met op de voorzijde het protret van keizer Domitianus (69-81) en op de keerzijde een voorstelling van Spes Vetus, zoals altijd herkenbaar aan een bos bloemen in haar rechterhand en een slip van haar gewaad in de linkerhand (bron: coinarchives.com). Tekst links: CAESAR AVG(usti) F(ilius) DOMIT(ianus) CO(n)S(ul) III. Tekst rechts: PRINCEPS IVVENTVT(is).

Naast de aqua Marcia is de aqua Tepula de waterleiding met het hoogste punt van binnenkomst in de stad. Dat had vooral ten doel ook de Capitolinus te bedienen. Aan het begin van de tweede eeuw betrok het aquaduct water uit de Iulia, de Marcia en de Anio Novus.

Aqua Iulia

Dit aquaduct was in feite een uitbreiding van de aqua Tepula en kwam in 33 voor Christus onder toezicht van Agrippa, architect en schoonzoon van keizer Augustus. Zijn naam ontleent het aan de familienaam van de keizer, de gens Iulia. De bron lag in de buurt van het huidige Grottaferrata. Er zijn vele cippi, markeringsstenen teruggevonden die ons helpen de loop van de waterleiding te reconstrueren. Eenmaal bovengronds wordt deze door dezelfde bogen gedragen als de aqua Marcia.

Frontinus (De aquis urbis Romae, par. 76 en 87) vertelt dat dit aquaduct, samen met de aqua Marcia, de Caelius en de Aventinus van water voorzag. Die functie werd later door de aqua Claudia overgenomen, maar omdat bij onderhoudswerkzaamheden twee heuvels volledig zonder water kwamen te staan, zijn de twee andere leidingen weer in ere hersteld. De aqua Iulia leverde 50.000.000 liter water per dag.

Aqua Virgo

Dit aquaduct werd voltooid op 9 juni 19 vóór Christus onder toezicht van Agrippa, bouwmeester van keizer Augustus. Op zoek naar geschikte bronnen voor een nieuw aan te leggen aquaduct zou zijn soldaten de weg zijn gewezen door een meisje. Dit is de oorsprong van de naam aqua Virgo, ‘maagdelijk water’. Ruim negentien kilometer van het aquaduct verloopt ondergronds, acht honderd meter bovengronds. De opbrengst was bijna 104.000.000 liter water per dag.

Met de aqua Appia en de aqua Alsietina was dit het laagst stromende aquaduct. De bronnen ervan lagen twaalf kilometer buiten Rome langs de Via Collatina. Het grootste deel van het aquaduct is nog in tact en wordt gebruikt om belangrijke fonteinen in Rome met water te voeden. Onder de façade van de kerk S. Ignazio zijn nog restanten van boogconstructies aan te treffen die het water de stad in leidden.

Architecten en kunstenaars die in de tijd van de barok fonteinen, gevoed door de aqua Vergine, zoals die in het Italiaans heet, voor de stad bouwden, hadden te kampen met zeer lage waterdruk. Het bereikte de stad in het noorden bij de heuvel Pincius. In de Villa Medici bevindt zich een cippus, markeersteen, met het nummer 1, begin-of eindpunt van het traject.

Pagina: 1 2 3 4 5 6