Press "Enter" to skip to content

Aquaducten

(pagina 3 van 6)

Aqua Marcia

Dit aquaduct functioneert nog en is een van de belangrijkste leveranciers van water voor de binnenstad. Het is in de jaren 144-140 vóór Christus aangelegd door praetor Quintus Marcius Rex. Eigenlijk had hij de opdracht de aqua Appia en de Anio Vetus te repareren, maar kwam dus met een uitbreiding van de watertoevoer. Het water, dat zelfs het Capitolium bereikte, kwam ook in dit geval van de Anio, met de inlaat ergens tussen de dorpen Arsoli en Agosta. De totale lengte bedroeg meer dan 91 kilometer.

Denarius uit 56 vóór Christus van Lucius Marcius Philippus ter herinnering van zijn familielid Quintus Marcius Rex, hier als ruiter voorgesteld boven op vijf bogen van zijn aquaduct, waartussen de tekst AQUA MR staat (bron: romanaqueducts.info).

Het aquaduct bereikte, net als de Anio Vetus, de stad ter hoogte van de kapel Spes Vetus en werd naar de Porta Tiburtina geleid. In de Aureliaanse muur zijn nog restanten van de boogconstructies zichtbaar. Herstelwerkzaamheden dateren van 33 vóór Christus (Agrippa) en tussen 11 en 4 vóór Christus (Augustus). Keizer Augustus zorgde voor een vertakking door de aanleg van de aqua Augusta, wat de capaciteit meer dan verdubbelde: ruim 195.000.000 liter water vloeide dagelijks naar de stad.

Ook keizers Titus (in 79), Hadrianus en Septimius Severus (in 196) hebben vanwege het belang van de waterleiding reparaties laten uitvoeren. In de jaren 212-213 liet keizer Caracalla de bronnen reinigen. Hij had het water hard nodig voor de door hem opgerichte thermae, badhuis, de grootste in Rome en liet daartoe een vertakking aanbrengen, de aqua Antoniniana. Keizer Diocletianus is de laatste geweest die voor nog een uitbreiding zorgde. Ook hij had voor zijn badhuis, de thermae Diocletiani, heel veel water nodig.

De Porta Praenestina, nu Porta Maggiore, gezien vanuit het westen (foto 2010).

De aqua Marcia kreeg ongeveer 10 km. voor binnenkomst in de stad gezelschap van de aqua Tepula en de aqua Claudia. Als je goed kijkt, kun je zien hoe boven in de Porta Maggiore de drie waterleidingen op elkaar zijn gestapeld en door dezelfde bogen worden gedragen. De aqua Marcia staat bekend om haar koele water van hoge kwaliteit. De Viminalis en ook de Quirinalis werden erdoor van water voorzien.

De dichter Martialis maakt melding van de aqua Marcia in zijn stadsdeel, want hij laat weten verlegen te zitten om water voor zijn huis en richt een smeekbede tot keizer Domitianus, door hem met Augustus, ‘verhevene’, aangesproken. Alleen de keizer was gerechtigd op persoonlijke titel vergunning te verlenen voor aansluiting op het waternet:

Sicca domus queritur nullo se rore foveri, 
cum mihi vicino Marcia fonte sonet. 
Quam dederis nostris, Auguste, penatibus undam, 
Castalis haec nobis aut Iovis imber erit. 
“M’n huis staat droog en klaagt dat het door niet één druppel wordt verzorgd,
hoewel de (aqua) Marcia uit een bron vlakbij voor mij klatert. 
Het water dat u, Augustus, ons gezin zult geven, 
zal als dat van Castalis zijn of een regenbui van Iuppiter.”
(Martialis, Epigr. 9.18, rr. 6-9; Castalis was een muze aan wie een bron in Delfi werd toegeschreven)

Pagina: 1 2 3 4 5 6