Press "Enter" to skip to content

Aquaducten

(pagina 2 van 6)

Aqua Appia

Het was censor Appius Claudius Crassus, later om zijn blindheid Caecus (‘de blinde’) genoemd, die in 312 vóór Christus het eerste Romeinse aquaduct bouwde, zoals hij ook de man was die de Via Appia in datzelfde jaar liet aanleggen. Hij was overigens niet de persoon op wiens naam de blootlegging van de bron van dat water (tussen de zevende en achtste mijlsteen van de Via Praenestina, bijna 1,2 kilometer ten noorden ervan) kwam te staan, want dat was zijn collega-censor Gaius Plautius Venox (‘de aderjager’) die met zijn speurzin het water vond.

Inscriptie met de verrichtingen van Appius Claudius Caecus (kopie Museo della Civiltà Romana in Rome).

In Arezzo is een inscriptie gevonden met een elogium op de beroemde censor. De inscriptie stamt uit de tijd van keizer Augustus. De vertaling luidt:

“Appius Claudius, zoon van Gaius, Caecus,
censor, consul 2x, dictator, tussenkoning 3x,
praetor 2x, aedilis curulis 2x, quaestor, tribunus militum 3x,
heeft verscheidene steden van de Samnieten ingenomen,

het leger van de Sabijnen en Etrusken compleet verslagen,
de totstandkoming van een vrede met koning Pyrrhus verhinderd,
tijdens zijn censorschap de Via Appia laten aanleggen en water 
de stad binnengevoerd, een tempel voor Bellona laten bouwen.”
(Corpus Inscriptionum Latinarum XI 1827)

Frontinus (De aquis urbis Romae, hfdst. 5) vertelt vilein dat Plautius door zijn ambtgenoot werd misleid en eerder als censor aftrad, omdat Claudius dat ook zou doen. Deze bleef toch aan en zelfs langer dan de gebruikelijke anderhalf jaar, zodat alleen zijn naam met de bouw van het aquaduct verbonden bleef.

De aqua Appia was 16,5 kilometer lang en voorzag de stad dagelijks van 73.000.000 liter water. De waterleiding kwam vanuit het oosten de stad binnen om met een bocht naar het noorden toe op het Forum Boarium te eindigen. Het traject verliep grotendeels ondergronds; alleen tussen de Caelius en de Aventinus werd de waterleiding gedragen door bogen. Het laatste stuk door de Aventinus was weer ondergronds. In de stad legde het een klein gedeelte af samen met de aqua Marcia en aqua Claudia.

Metingen hebben uitgewezen dat over de gehele lengte van het aquaduct er een hoogteverschil was van tien meter. Dat is zes centimeter op iedere honderd meter. Een technisch hoogstandje!

Anio Vetus

Dit aquaduct is in 272 vóór Christus gebouwd op initiatief van censor Manius Curius Dentatus. De aanduiding vetus, ‘oud’, kreeg het pas, toen een tweede aquaduct vanuit de Anio werd aangelegd. Dat was drie eeuwen later. De Anio Vetus betrok zijn water van de rivier Anio (It. Aniene) en had een lengte van 63,5 kilometer. De inlaat start ergens tussen de gehuchten Varia (huidig Vicovaro) en Mandela, ten oosten van Tivoli. Zijn capaciteit bedroeg meer dan 175.000.000 liter per dag.

Het aquaduct bereikte de stad ter hoogte van de kapel Spes Vetus, ‘oude hoop’, op de Esquilinus. Deze locatie nabij de Porta Praenestina, huidig Porta Maggiore, was het hoogste punt van de heuvel en bleek bij uitstek geschikt om water de stad in te voeren. Een klein stuk van het aquaduct, zes bogen wel te verstaan, is even verderop nog zichtbaar ten zuiden van Stazione Termini, aan de Via Filippo Turati. De Esquilinus werd ondergronds doorkruist. Bij de Porta Esquilina (ongeveer waar nu de boog van Gallienus staat) stond zijn castellum, het waterreservoir dat het eindpunt van het aquaduct was.

Pagina: 1 2 3 4 5 6