Press "Enter" to skip to content

Fonteinen (monumentaal)

Rome is in het bezit van vier monumentale fonteinen die theatrale dimensies hebben. De Fontana dell’ Acqua Felice, de Fontana dell’ Acqua Paola en de Fontana di Trevi hebben de vorm van een triomfboog, de Fontana delle Naiadi lijkt op een dansvoorstelling. Deze fonteinen nemen veel plaats in in het straatbeeld, waarbij de eerste drie respectabele hoogtes bereiken. Als bouwmateriaal is veel marmer toegepast en het water stroomt rijkelijk.

Besproken fonteinen:
Fontana dell’ Acqua Felice
Fontana delle Naiadi
Fontana dell’ Acqua Paola
Fontana di Trevi

Fontana dell’ Acqua Felice 

De Fontana dell’ Acqua Felice staat ten noord-oosten van de Piazza di San Bernardo, waar het een druk komen en gaan is van plaatselijk verkeer; tien buslijnen hebben in de onmiddellijke nabijheid een halteplaats. De fontein is ingewijd in 1587 en dankt zijn naam aan paus Sixtus V oftewel Felice Peretti (1585-1590) die zijn aandeel had in de hernieuwde aanvoer van water voor de stad door de Aqua Alexandriana, het aquaduct dat in 226 door keizer Alexander Severus is aangelegd, te herstellen.

Het ontwerp stamt van Domenico Fontana, die hiervoor met zijn broer Giovanni Fontana heeft samengewerkt. De fontein is grotendeels opgetrokken van brokken travertijn uit het gebied waar nu Stazione Termini ligt. De beeldengroepen zijn van marmer.

De vorm is die van een triomfboog met drie doorgangen, die als nissen dienst doen voor beeldengroepen. Deze worden door vier zuilen met Korinthisch kapiteel omgeven. Voor iedere nis bevindt zich een bassin waarin vier leeuwen, twee met de kop naar links gewend, de andere twee naar rechts, het water uit hun muil laten stromen. De leeuwen hebben oorspronkelijk bij het Pantheon en de Sint Jan van Lateranen gestaan en waren van Egyptische makelij. De huidige exemplaren zijn replica’s (de ‘echte’ leeuwen zijn naar de Vaticaanse Musea verplaatst). De fontein wordt van de weg afgeschermd door een balustrade.

Leeuw van de Fontana dell’ Aqua Felice (foto 2003).

De architraaf direct boven de drie bogen draagt de tekst:

COEPIT PONT. AN. I ABSOLVIT III MDLXXXVII
“Hij is begonnen in het eerste jaar van zijn priesterschap,
heeft het voltooid in het derde jaar: 1587.”

Het grote rechthoekige vlak erboven is ingeruimd voor een uitgebreide wijdingstekst:

SIXTVS V PONT. MAX. PICENVS
AQUAM EX AGRO COLVMNAE
VIA PRAENEST. SINISTRORSVM
MVLTAR. COLLECTIONE VENARVM
DVCTV SINVOSO A RECEPTACVLO
MIL. XX A CAPITE XXII ADDVXIT
FELICEMQVE DE NOMINE ANTE PONT. DIXIT
“Sixtus V, hoogste priester, uit Piceni,
heeft water uit het landbouwgebied van Colonna,
links van de Via Praenestina,
verzameld uit vele aderen,
door een kronkelende leiding vanaf het punt van opvang
op tweeëntwintig tot twintig mijl aangevoerd
en het naar zichzelf ‘Felix’ genoemd vóór zijn priesterschap.” 

De centrale voorstelling toont Mozes die met een armgebaar een bron uit de rots slaat (vgl. Exodus 17), maar misschien is het de bekendere voorstelling van Mozes die met de tien geboden van de berg Horeb afdaalt (vgl. Exodus 20). Het beeld is het werk van Leonardo Sormani en is voorwerp van veel kritiek geworden, want de figuur van Mozes zou te gedrongen zijn. Een verhaal wil dat het atelier te krap was en daarom het beeld in liggende toestand is uitgehouwen, wat de verhoudingen ervan niet ten goede is gekomen. Sormani’s assistent Prospero Antichi (aka Bresciano) zou zich de kritiek dermate hebben aangetrokken dat hij er zelfmoord om heeft gepleegd.

Mozes, Fontana dell’ Acqua Felice (foto 2003).

In horizontale ligging kan het beeld trouwens niet gemaakt zijn, anders had de beeldhouwer de achterzijde nooit kunnen uitwerken. Stel je het eens anders voor: een Mozes die rank en slank is, hij zou minder imposant overkomen dan hij nu doet. Overigens draagt hij dezelfde hoorntjes als de Mozes van Gian Lorenzo Bernini in de San Pietro dei Vincoli.

De flankerende nissen bevatten basreliëfs met voorstellingen die met water te maken hebben. Het reliëf links vertelt het verhaal van Aäron die zijn volk in de woestijn leidt naar zoet water (vgl. Exodus 15). Het reliëf rechts laat Gideon zien die zijn soldaten selecteert op grond van de wijze waarop zij water drinken (vgl. Richteren 7.6). Helemaal boven op het bouwwerk dragen twee engelen het wapen van de paus.

De Fontana dell’ Acqua Felice hoort tot de groep fonteinen die een ‘mostra d’acqua’, presentatie van water, bieden. Vanwege de centrale voorstelling draagt de fontein ook de naam Fontana del Mosè,Mozesfontein’.

Fontana delle Naiadi 

Bij het verlaten van de kerk S. Maria degli Angeli sta je op de Piazza della Repubblica aan de rand van een gigantische rotonde, waar het verkeer onafgebroken omheen dendert. De fontein in het midden ervan springt meteen in het oog. Deze is de modernste onder de vier fonteinen die tot de ‘mostra d’acqua’ horen en laat de Acqua Marcia in al haar glorie zien.

Het is het werk van de ingenieur Alessandro Guerrieri en aangelegd in 1888. Het reusachtige bassin is van beton en op de rand stonden vier leeuwen die van gips zijn gemaakt. Deze bewezen niet bestendig te zijn en werden in 1901 vervangen door vier bronzen vrouwenfiguren, nimfen (in de Griekse mythologie heten waternimfen naiaden) die de meren (met zwaan), de rivieren (met riviermonster), de oceanen (met driftig paard) en de onderaardse stromen (met draak) symboliseren. De beelden komen uit het atelier van de beeldhouwer Francesco Rutelli.

Nimfa dei Fiumi, liggend op een riviermonster, detail van de Fontana delle Naiadi (foto 1998).

Het centrale beeld is een atletische figuur, genaamd Glauco, die in zijn armen een dolfijn optilt die een flinke straal water de lucht inspuit. De maker wilde met deze beeldengroep het bedwingen van natuurgeweld uitbeelden. De sculpturen zijn geconcipieerd puur om effect na te streven en maken met recht deel uit van een van de meest theatrale waterwerken van de stad.

De fontein heet ook wel Fontana Esedra (Lat. exedra = ‘uitbouw’), omdat het op de plek ligt waar oorspronkelijk het caldarium, ‘warmwaterbad’, van de thermen van Diocletianus heeft gestaan. Dat onderdeel had een ronde vorm, wat goed terug te zien is in de contouren van het plein.

Fontana dell’ Acqua Paola 

Deze fontein, aan de zuidelijke kant van de heuvel Gianicolo, is de tweede uit de reeks ‘mostra d’ acqua’ waarmee nieuwe waterwerken aan de bewoners van de stad werden gepresenteerd. Hij is in opdracht van paus Paulus V (1605-1621) in de jaren 1608-1612 gebouwd en naar hem Fontana dell’ Acqua Paola genoemd. Het werk is van de hand van de architecten Flaminio Ponzio en Giovanni Fontana. De fontein markeert het weer in werking stellen van het aquaduct dat onder keizer Traianus in 109 is aangelegd.

Fontana dell’ Acqua Paola, gravure van Giovanni Battista Piranesi uit 1751 (bron: Yale University Art Gallery).

Voor de bouw ervan is gebruik gemaakt van het marmer van de Minervatempel op het Forum Romanum, een tot dan toe intact gebleven bouwwerk. De fontein is als een triomfboog gebouwd, maar wel een van ongebruikelijk proporties. In plaats van de drie gangbare boogpoorten, één groot, twee klein, worden drie reusachtige en even hoge doorgangen geflankeerd door twee kleinere. Als bouwmateriaal zijn brokstukken van travertijn van het Forum van Nerva gebruikt. Het immense bassin waar het water overvloedig instroomt, is van marmer. Zes zuilen met Ionische kapitelen omgeven de bogen. De vier granieten zuilen stammen van de oude Sint Pietersbasiliek.

Het geheel wordt bekroond door een nis met tongewelf waarin twee engelen het wapen (adelaar en draak) van de familie Borghese, waartoe paus Paulus V behoorde, vasthouden. Op de architraaf boven de drie centrale bogen staat het jaar van inwijding vermeld:

ANNO DOMINI MDCXII PONTIFICATVS SVI SEPTIMO
“In het jaar van de Heer 1612, het zevende van zijn priesterschap.”

Daarboven is een flinke ruimte gereserveerd voor de wijdingsinscriptie:

PAVLVS QVINTVS PONTIFEX MAXIMVS
AQVAM IN AGRO BRACCIANENSI
SALVBERRIMIS E FONTIBVS COLLECTAM
VETERIBVS AQVAE ALSIETINAE DVCTIBVS RESTITVTIS
NOVISQVE ADDITIS
XXXV AB MILIARIO DVXIT
“Paulus de Vijfde, hoogste priester, heeft
het water, op het land van Bracciano
uit de heilzaamste bronnen verzameld,
na de oude leidingen van de Aqua Alsietina te hebben hersteld
en nieuwe eraan toegevoegd,
vanaf de 35ste mijlsteen aangevoerd.”

De vermelding van de Aqua Alsietina, een van de oudste waterleidingen in het historische Rome, kan niet juist zijn, omdat het water wordt aangevoerd via het aquaduct van keizer Traianus, de Aqua Traiana.

De fontein, om zijn enorme afmetingen ook Fontanone del Gianicolo, ‘grote fontein van de Gianicolo’, genoemd, heeft pas in een later stadium het grote bassin en de vrije ruimte ervoor gekregen. De heuvel liep op kortere afstand ervan steil naar beneden af en het water werd in vijf kleinere bassins in de vorm van schelpen opgevangen. Een inscriptie onder de middelste boog laat ons weten dat het aan initiatieven van paus Alexander VIII (1689-1691) te danken is dat nu vanuit een groot plein op ruime afstand van de aanblik van de fontein kan worden genoten.

Fontana di Trevi 

Op de Piazza Trevi staat de meest bekende fontein van de stad, de Fontana di Trevi. Diverse verhalen doen de ronde over de naam van het water waarmee de fontein wordt gevoed, de Aqua Vergine. Het water ervan zou van een maagdelijke (Lat. virgo = ‘maagd’) reinheid zijn. Dorstige soldaten van Agrippa, commandant onder keizer Augustus, zouden door een meisje (Lat. virgo = ‘meisje’) de weg zijn gewezen naar een bron. De bron zou met een wichelroede (Lat. virga = ‘twijg’) zijn gedetecteerd.

Fontana di Trevi, gravure van Giovanni Battista Piranesi uit 1773 (bron: Yale University Art Gallery).

Paus Nicolaas V (1447-1455) heeft in 1453 een kleine fontein willen oprichten en architect Leon Battista Alberti om het ontwerp ervan verzocht. Een plek daarvoor werd gevonden in de buurt van de kerk S. Maria in Trivio (nu gelegen aan de Via Poli) en de bevolking was voortaan niet meer alleen op waterputten of de Tiber aangewezen. De fontein kreeg de naam Fontana dello Trejo.

Het was paus Clemens XII (1730-1740) die grootse plannen had om de bestaande fontein te vervangen door een monumentaal bouwwerk. Hij vroeg architecten en kunstenaars om met ontwerpen te komen en uiteindelijk viel de keuze op dat van Nicola Salvi. Aan de bouw ervan is begonnen in 1735 en de fontein werd ingewijd op 22 mei 1761 door paus Clemens XIII (1758-1769).

Fontana di Trevi van Nicola Salvi (foto 2005).

De façade van de fontein meet 20 bij 26 meter (b x h) en bedekt bijna de gehele zijwand van het Palazzo Poli. Het ontwerp beoogt een triomfboog geflankeerd door rechthoekige nissen, alle omgeven door zuilen en pilasters met composietkapitelen. Daarboven zijn op voetstukken vier vrouwenfiguren uitgebeeld die de jaargetijden symboliseren. Helemaal op de top van het geheel bevindt zich het wapen van paus Clemens XII, op zijn plaats gehouden door twee engelen met bazuinen.

De inwijdingsinscriptie vermeldt:

CLEMENS XII PONT. MAX.
AQUAM VERGINEM
COPIA ET SALVBRITATE COMMENDATAM
CVLTV MAGNIFICO ORNAVIT
ANNO DOMINI MDCCXXXV PONTIF. VI
“Clemens de Twaalfde, hoogste priester, heeft
de Aqua Virgo,
aanbevolen om haar rijkdom en heilzaamheid,
met geweldige zorg versierd
in het jaar van de Heer 1735, het zesde van zijn priesterschap.”

Op de architraaf staat de tekst:

PERFECIT BENEDICTVS XIV PON. MAX.
“Benedictus de Veertiende, hoogste priester, heeft (de fontein) voltooid.” 

Oceanus, centrale voorstelling van de Fontana di Trevi van Nicola Salvi (foto 2012).

In het midden, onder een halve koepel op een architraaf gesteund door vier Ionische zuilen, is Oceanus afgebeeld. Hij ment zijn paarden die zijn wagen van schelpen voorttrekken, aangestuurd door twee mannelijke wezens met tritonschelpen. Het paard rechts is rustig, het linker paard is onrustig, zoals ook de zee kan zijn. De marmeren sculptuur is van de hand van beeldhouwer Pietro Bracci.

De vrouwenfiguren in de nissen stellen overvloed (links) en heilzaamheid (rechts) voor, beide het werk van Filippo Valle. Het paneel links boven laat Agrippa zien die zijn goedkeuring geeft aan het ontwerp van het aquaduct. Het paneel rechts vertelt het verhaal van het meisje dat de soldaten van Agrippa de weg naar de bron wijst.

Het immense bassin aan de voeten van de fontein moet de oceaan voorstellen. Rechts op de rand van het bassin is door Salvi een uitstulpsel bedacht dat doet terugdenken aan een anecdote bij de aanleg van de fontein. Het oogt als een kelk, maar het stelt de zeephouder van de barbier voor die aan de rand van het terrein zijn kapperszaak had en de werklieden regelmatig lastigviel met ongewilde adviezen.