Press "Enter" to skip to content

Oorlogsschepen

Romeinen en schepen, dat was lange tijd een ondenkbare combinatie. Anders dan de Grieken, die maritieme overlevers waren, leefden de Romeinen van de agricultuur en hadden tot ver in de vierde eeuw vóór Christus geen behoefte zich over het grote water te verplaatsen.

Dat veranderde, toen aan het einde van de vierde eeuw vóór Christus de Romeinen in een tweefrontenoorlog verzeild raakten. De Samnieten in het zuiden hadden een coalitie gesloten met de Etruskische stedenbond in het noorden. Rome raakte letterlijk klem tussen twee vuren.

Er werden in Rome rigoureuze beslissingen genomen: het landleger werd uitgebreid met twee legioenen tot een totaal van vier en er werd gewerkt aan een oorlogsvloot. Hiervoor werd in 311 vóór Christus een commissie van twee mannen, de duoviri navales, in het leven geroepen.

Et duo imperia eo anno dari coepta per populum, utraque pertinentia ad rem militarem: unum, ut tribuni militum seni deni in quattuor legiones a populo crearentur (…), alterum, ut duumviros navales classis ornandae reficiendaeque causa idem populus iuberet (…)
“Dat jaar werden voor het eerst twee ambten voor het volk opengesteld. Beide hielden verband met defensie. Een daarvan was het ambt van legerofficier, zestien voor vier legioenen, aan te stellen door het volk. Het andere was een tweemanscommissie voor marinezaken die eveneens van het volk de opdracht kreeg een vloot op te bouwen en te onderhouden.” 
(Livius, AUC 9.30)

Reeds in 436 vóór Christus was door de Romeinen op de eilandengroep tegenover de kust bij Terracina de kolonie Pontia gesticht. Maritieme hulp kon geen kwaad en de noodzaak hiertoe heeft het besluit tot de bouw van een vloot versneld. Het type schip was de triremis, trireem of drieroeier, zoals de Grieken die al eeuwenlang bouwden, eerder een fregat dan een slagschip.

In het fundament van de weinige woonhuizen die de Isola Tiberina (Tibereiland) kent, was in travertijn de boeg van een reusachtig schip uitgehouwen; slechts enkele sporen zijn rechtsonder nog te zien (foto uit 1998).

Grotere schepen kwamen na het uitbreken van de eerste Punische Oorlog (264-241 vóór Christus). De Romeinen hadden geen keus, want met hun bestaande vloot waren zij niet opgewassen tegen de grotere schepen van de Karthagers. Voor het bouwen daarvan ontbrak het hen aan expertise. Door puur toeval viel een in Zuid-Italië gestrand Karthaags schip in 260 vóór Christus in Romeinse handen en dit diende tot voorbeeld voor de bouw van een vloot van 100 quinqueremes, vijfroeiers.

Θεωροῦντες δὲ τὸν πόλεμον αὔτοις τριβὴν λαμβάνοντα, τότε πρῶτον ἐπεβάλοντο ναυπηγεῖσθαι σκάφη, πεντηρικὰ μὲν ἑκατὸν, εἴκοσι δὲ τριήρεις.
“Toen zij inzagen dat de oorlog voor hen van lange duur zou zijn, hebben zij toen voor het eerst zich toegelegd op de bouw van een vloot van 100 vijfroeiers en twintig drieroeiers.” 
(Polybius, Hist. 1.20)

Bij het allereerste treffen met de Karthagers verloren de Romeinen, mede door hun gebrek aan ervaring, meteen zeventien schepen. Dat was het gevolg van een inschattingsfout van de commandant Gnaeus Cornelius Scipio, want hij werd in de haven van Lipara omsingeld door twintig Karthaagse schepen. Misschien liet het materiaal hem in de steek, want de bouw van de vloot had slechts 60 dagen in beslag genomen.

Mirum apud antiquos primo Punico bello classem Duili imperatoris ab arbore LX die navigavisse (…)
“Het was in die oude tijd een hele prestatie: tijdens de Eerste Punische Oorlog ging de vloot van bevelhebber Duilius te water zestig dagen na het omhakken van de eerste boom.”
(Plinius Maior, Nat. Hist. 16.74)

Vooraangezicht van een schip met corvus op de voorplecht (illustratie: realmofhistory.com).

De grote wending kwam met een geniaal plan van consul Gaius Duilius. Hij liet zijn mariniers, die het zeegevecht niet kenden, aan boord vechten als op het land. Hiertoe had hij op de voorsteven van de slagschepen een in alle richtingen wendbaar plateau laten construeren. Dat stond in ‘ruststand’ rechtop, maar kon worden neergelaten om als loopbrug te dienen naar een geënterd schip. Aan het uiteinde ervan was aan de onderzijde een metalen pin ingebouwd om het dek van het vijandelijk schip te doorboren en de twee schepen aan elkaar vast te klinken. De mariniers konden dan oprukken, zoals zij dat te land hadden geleerd. Vanwege de vorm van het mechaniek kreeg dit later de naam corvus, ‘raaf’.

Vanaf de eerste Punische Oorlog kreeg de Romeinse vloot de aandacht die zij verdiende. Zij werd niet alleen ingezet in oorlogssituaties, maar ook bij de bestrijding van piraterij. Keizer Augustus wees Misenum (ten noorden van Napels) als vlootbasis aan. De schepen werden eeuwenlang volgens dezelfde principes gebouwd. Ze werden allengs wel groter; er kwamen zelfs schepen met aanvalstorens, zgn. naves turritae (Lat. turris = ‘toren’), van de werven. De grootste schepen hadden vanwege hun gebrekkige wendbaarheid eerder een ceremoniële dan strategische functie.