Press "Enter" to skip to content

Tiber

De Tiber, die in de buurt van Arezzo (Arretium) ontspringt, is de grootste rivier van Italië en heeft een lengte van ca. 400 km. Plinius Maior (23-79) vertelt het volgende over hem:

Tiberis, ante Thyberis appellatus et prius Albula, e media fere longitudine Appennini finibus Arretinorum profluit, tenuis primo nec nisi piscinis corrivatus emissusque navigabilis, sicuti Tinia et Clanis influentes in eum, novenorum ita conceptu dierum, si non adiuvent imbres. Sed Tiberis propter aspera et confragosa ne sic quidem, praeterquam trabibus verius quam ratibus, longe meabilis fertur (…)
“De Tiber, voorheen Thyberis geheten en in een nog vroeger stadium Albula, ontspringt in het gebied van Arezzo, ongeveer halverwege de Apennijnen. Aan het begin is hij ondiep en niet bevaarbaar, behalve waar hij in plassen uitmondt en weer wegstroomt, net als de Tinia en de Clanis die op hem uitkomen, met dien verstande dat het negen dagen duurt om het water op te vangen, als regenval geen handje daarbij helpt. Oneffenheden en hobbels zorgen er echter voor dat de Tiber over grote afstanden niet eens met bootjes, maar slechts met vlotten kan worden bevaren (…)”
(Plinius Maior, Nat. Hist. 3.53)

Een eeuw eerder noemt de dichter Vergilius de Tiber ‘hemelsblauw, een aan de hemel zeer dierbare rivier’ (Aen. 8.64: caeruleus Thybris, caelo gratissimus amnis). Bij Horatius krijgt de rivier een goudgele kleur (Od. 1.2.13 en 2.3.18: flavus Tiberis), die meer overeenkomt met zijn huidige, troebele staat.

De Tiber wordt vaak afgebeeld als de riviergod Tiberis. Hij is dan half liggend voorgesteld en houdt een cornucopia (hoorn des overvloeds) vast of een roeiriem of beide. Soms wordt er verwezen naar de legende van Romulus en Remus en zie je de tweeling aan zijn zijde.

Het is duidelijk dat de Tiber door zijn woeste karakter c.q. snelle stroming in de tijd van de republiek om extra aandacht vroeg. Niet alleen overstromingen zorgden voor overlast, maar ook de bruggen hadden te lijden onder het watergeweld. De zorg om het verloop van de rivier, de zgn. cura Tiberis, was de taak van de censores. De oevers werden versterkt met muren. Enkele grenspalen (zgn. cippi) die de lijnen ervan moesten uitzetten, zijn nog bewaard gebleven.

De Tiber ter hoogte van de Engelenburcht, gezien vanuit het westen (situatie 1998).

Caesar had volgens Cicero (Epist. ad Atticum 13.33.4) plannen om een vertakking aan te laten leggen vanaf de Milvische brug langs de Vaticaanse heuvels om het water rustiger langs de stad te laten passeren. De overstromingen waren een regelmatig terugkerend verschijnsel. Zo ook in het jaar 15, toen Tiberius pas één jaar keizer was:

Eodem anno continuis imbribus auctus Tiberis plana urbis stagnaverat. Relabentem secuta est aedificiorum et hominum strages. 
“In datzelfde jaar was de Tiber door onafgebroken regenval buiten de oevers getreden en waren de lage delen van de stad blank komen te staan. Toen het water was geweken, werden de gevolgen zichtbaar: verwoeste gebouwen en slachtoffers onder de mensen.”
(Tacitus, Ann. 1.76)

Deze ramp heeft keizer Tiberius genoodzaakt tot het instellen van de cura riparum, ‘onderhoud aan de oevers’.

Marmeren plakkaat met stand van het water van de Tiber op 8 oktober 1530 (foto 1998).

Bij overstromingen kan het waterpeil van de Tiber een kleine twintigtal meters boven zeeniveau uitkomen. Her en der in de stad herinneren plakkaten aan diverse hoge waterstanden. Aan de wand van de façade van de Santa Maria sopra Minerva hangen de meeste, met teksten als:

HVC TIBER ASCENDIT IAMQVE
OBRVTA TOTA FVISSET
ROMA, NISI HVIC CELEREM
VIRGO TVLISSET OPEM
“Tot hier is de Tiber gestegen en reeds zou heel Rome bedolven zijn geweest, als niet de Maagd haar snelle hulp zou hebben geboden.”
(Naar aanleiding van de overstroming van 1530)

De meest recente overstroming (waterpeil: 13.5 meter boven zeeniveau) dateert van 2008.

Het Tibereiland (Isola Tiberina), gezien vanuit het noordwesten (situatie 1999).

Het betrekken van drinkwater uit de rivier deed men met enige terughoudendheid. Vuilnis werd er ingestort (de Cloaca Maxima, hoofdriool van de stad, kwam er regelrecht op uit) en het was vaste gewoonte om de lijken van terechtgestelde misdadigers vanaf de heuvels naar beneden te sleuren en in de Tiber te lozen.

Het meest in het oog springende element in de rivier is de Isola Tiberina, het Tibereiland, in oude tijden vaak gebruikt als quarantaine-oord voor zieken en melaatsen. Aesculapius, de in oorsprong Griekse god van de geneeskunst, had er een heiligdom. Het eiland kent een lange historie van geneeskundige hulp. Het was de Portugees Giovanni di Dio (1495-1550) die de kloosterorde van de Fatebenefratelli oprichtte met als enkel doel het verzorgen van zieken. De westelijke helft van het Tibereiland wordt tot vandaag helemaal bestreken door de gebouwen van het ziekenhuis van de kloosterorde.

Er zijn nog vier bruggen die uit de klassieke oudheid dateren. Drie daarvan zijn nog begaanbaar voor alleen voetgangers: de Ponte Fabrizio (Pons Fabricius), Ponte Sant’ Angelo en de Ponte Milvio (Pons Milvius). Van de vierde brug, de Ponte Rotto (‘kapotte brug’), resteert nog maar één boog met twee pijlers die eenzaam in het water staan.