Press "Enter" to skip to content

Italiaans

Handig toch om een beetje Italiaans te beheersen, wanneer je in Rome bent? Hier volgen enkele basale weetjes. We beginnen met tellen.

Telwoorden

(In de volgorde: getal, hoofdtelwoord, rangtelwoord)
0 zero
1 uno primo
2 due secondo
3 tre terzo
4 quattro quarto
5 cinque quinto
6 sei sesto
7 sette settimo
8 otto ottavo
9 nove nono
10 dieci decimo
11 undici undicesimo
12 dodici dodicesimo
13 tredici tredicesimo
14 quattordici quattordicesimo
15 quindici quindicesimo
16 sedici sedicesimo
17 diciassette diciassettesimo
18 diciotto diciottesimo
19 diciannove diciannovesimo
20 venti ventesimo
21 ventuno ventunesimo
30 trenta trentesimo
40 quaranta quarantesimo
50 cinquanta cinquantesimo
60 sessanta sessantesimo
70 settanta settantesimo
80 ottanta ottantesimo
90 novanta novantesimo
100 cento centesimo
200 duecento duecentesimo
300 trecento trecentesimo
1000 mille millesimo
2000 due mila duemillesimo
3000 tre mila tremillesimo
10000 dieci mila diecimillesimo
1.000.000 (un) milione milionesimo

Alfabet

Italianen hebben moeite met de ei-, ij-, oe-, ch- en g-klanken in Nederlandse woorden. Bij het spellen van woorden, bijv. door de telefoon, spreek je de letters als volgt uit (come wil zeggen ‘als’):

A come Ancona
Bi come Bari
Ci come Catania (ci spreek je uit als tsji)
Di come Domodossola
E come Empoli
eFFe come Firenze
Gi come Genova (gi spreek je uit als dji)
Acca (H) come Hotel
I come Imola
I Lunga (J) come Jersey
Kappa come Kursaal
eLLe come Livorno
eMMe come Milano
eNNe come Napoli
O come Otranto
Pi come Padova
Qu come Quarto
eRRe come Roma
eSSe come Savona
Ti come Torino
U come Udine (u spreek je uit als oe)
Vu come Venezia (vu spreek je uit als voe)
doppio Vu (W) come Washington (vu spreek je uit als voe)
Ipsilon / I Greca (Y)
Zeta (Z) come zero

Palatalen en gutturalen, klanken die langs het verhemelte of door het keelgat worden voortgebracht, komen veelvuldig voor in het Italiaans:

c = k
amica = amica vriendin coretto juist
g = ‘Franse’ g (stemhebbend en occlusief)
gara wedstrijd

Maar kijk uit…
ce, ci = tsje, tsji
cimitero = tsjimitero begraafplaats
che, chi = ke, ki
amiche = amike vriendinnen, chilo = kiló kilo
ge, gi = dje, dji
gentile = djentile beleefd, giro = djiro ronde
ghe, ghi = ge, gi (met harde, ‘Franse’ g)
ghetto, cataloghi
gia, gio, giu = dja, djo, dju
giardino = djardino tuin, giorno = djorno dag, giudizio = djudizio oordeel

De letters K,J,W,X,Y komen in het Italiaans slechts voor in buitenlandse woorden, bijv. jeans, watt, ex-ministero, Nuova York. Het is duidelijk: de X komt niet voor in het Italiaanse alfabet. Deze zie je enkel in leenwoorden, zoals xylofono of xenofobia.

Spreek het volgende zinnetje maar eens uit:

Ciao! Giuseppe, come stai? Sei gentile, ti preghiamo, ed aiutaci!
Tsjiao! Djuseppe, komè staaj? Seij djentile, tie preegiamoo, eed ajutatsji!
Dag, Giuseppe, hoe gaat het ermee? Wees ‘ns vriendelijk, alsjeblieft, en help ons een handje!

Werkwoorden

Een eenvoudig voorbeeld van de tijden van het werkwoord. De persoonsvormen staan achtereenvolgens in de tegenwoordige, verleden en toekomende tijd (presente, imperfetto, futuro). Het eerste zinnetje luidt dan:
“Ik spreek/sprak/zal spreken met mijn moeder.”
(ik) io parlo parlavo parleró con mio padre
(jij) tu parli parlavi parlerai con tuo padre
(hij/zij) lui/lei parla parlava parlerà con sua madre
(wij) noi parliamo parlavamo parleremo con nostra madre
(jullie) voi parlate parlavate parlerete con vostra madre
(zij) loro parlano parlavano parleranno con loro madre
(U, enk.) Lei parla parlava parlerà con Sua madre
(U, mv.) Loro parlano parlavano parleranno con Loro madre

Lidwoorden

Wat een ellendig lidwoord! Hadden ze dat niet eenvoudiger kunnen maken?

Mannelijk enkelvoud & meervoud:
lo uno gli voor s+medeklinker, z en ps
l’ un gli voor klinkers

Vrouwelijk enkelvoud & meervoud:
la una le voor medeklinkers
l’ un’ le voor klinkers

Voorbeelden:
il professore, un poliziotto, i Romani
lo sport, uno scandalo, gli studenti
l’ albero, un articolo, gli amici
la scuola, una tavola, le pizze
l’ arte, un’ ora, le arance

Sommige woorden krijgen een ander geslacht in het meervoud (een reminiscentie aan het Latijn):
hand, enkv. il mano (manl.) wordt mv. le mani (vrwl.)
muur, enkv. il muro (manl.) wordt mv. le mura (oude onzijdige vorm)
knie, enkv. il ginocchio (manl.) wordt mv. le ginocchia (oude onzijdige vorm)

Enkele nuttige uitdrukkingen:

Op straat
Attenti ai borseggiatori! – Pas op voor zakkenrollers!
Ho perduto la strada – Ik ben verdwaald
Qui non si può postare la macchina – Hier kun je de auto niet laten staan
Al semaforo giri a destra – Bij het stoplicht rechts afslaan
Senso unico – Eénrichtingsverkeer
Sto cercando il San Pietro – Ik zoek de Sint Pieter
Incidente, strada bloccata – Ongeluk, wegversperring 

Bar en restaurant
Un caffè macchiato, per favore – Koffie met een wolkje melk, graag 
Per uno spuntino si paga poco – Een klein ontbijt kost bijna niets 
Le servono gli spiccioli? – Kunt u kleingeld gebruiken?
Gli spifferi non sopporto – Ik kan niet tegen tocht
Mia moglie deve andare in bagno urgentamente – Mijn vrouw moet hoognodig naar het toilet 
Probabilmente lei ha sbagliato il conto – Waarschijnlijk heeft u zich verrekend
Gradirei mangiare uno spaghetto asciutto – Ik zou graag een spaghettigerecht zonder saus willen eten  
Il manzo è impeccabile – De biefstuk is voortreffelijk 
Beviamo un vino sfuso – We drinken wijn uit het vat
Una birra alla spina – Tapbier 
Primo, secondo, dolce – Eerste gang, hoofdmaaltijd, toetje 
Ottimo cibo per prezzi convenienti – Geweldig eten voor schappelijke prijzen
La grappa Le offrò io – De grappa is op mijn rekening

In het museum 
Biglietteria / Ticketteria – Kassa
Una domanda, quali sono gli orari? – Vraagje, wat zijn de openingstijden? 
Non c’è ridotto per gli anziani? – Hebben ouderen geen reductie?
Scattare foto senza flash è consentito – Het is toegestaan zonder flits te fotograferen 
Percorso obligatorio – Verplichte route
Smetti fare rumori nei corridoi – Houd op met kabaal maken in de gangen
Lasciare nella reception i zaïni e borse – Laat rugzakken en tassen achter bij de balie
Questo dipinto pende obliquamente – Dit schilderij hangt scheef
Il custode fa un pisellino – De suppoost doet een dutje

Calcio – Voetbal
Il pallone è rotondo – De bal is rond
Faceva il tunnel – Hij speelde door de benen
Gemene sliding – Scivolata proprio cattiva
Eén-tweetje – Triangolo
Strafschop!Rigore!
Buitenspel!Fuori gioco!
Mani! – Hands!
Bel colpo! – Mooie bal!
Ammonito – Gele kaart
Espulso – Rode kaart
Weet u waar de VIP-box is? – Sa dirmi dove si trova il settore dei VIP?
Wat zijn die moffen stil!? – Come mai stanno zitti i Tedeschi!?

Op het station en in de trein
Ai treni – Naar de treinen
Il treno sta partendo dal binario 12 – De trein vertrekt heden van spoor 12
La coincidenza per Monaco di Bavaria è in ritardo – De aansluitende trein naar München heeft vertraging
Dobbiamo scendere qui? – Moeten we hier uitstappen?
Certo, qui si cambia treno – Ja, hier moet je overstappen
Scendiamo alla prossima fermata – Wij stappen uit bij de volgende halte
Sono sicuro che avevo un biglietto, controllore – Ik weet zeker dat ik een kaartje had, conducteur
Tenga, la multa… – Pak aan, de bon…

Eerste hulp – Pronto soccorso!
Help! – Aiuto!
Ik heb het niet meer! – Sono a terra!
Moet ik een dokter erbij halen? – Devo chiamare un medico?
Ik ben op zoek naar een apotheek. – Cerco una farmacia.
Ben je verkouden? – Ai preso un raffreddore?
Hoe zo? – Ma, come mai?
Heb je je been gebroken? – Ti è spezzata una gamba?
Zeker niet! – Assolutamente no!
Ben je duizelig? – Ti gira la testa?
Ik voel me kiplekker. – Sono sanissimo.
Wil je een kalmeringsmiddel? – Vuoi un sedativo?
Pillen? Nóóit! – Mai pillole!
Nu zie ik het: je hebt een blaar. – Adesso vedo: hai una vescica.
Ik heb een schaar en pleisters nodig. – Mi vogliono forbici e cerotti.
Veel succes! – Bocca in lupo!