Press "Enter" to skip to content

Statue parlanti

Romeinen hebben een grote behoefte hun eigen mening te verkondigen. Metname tegen de gevestigde orde werd en wordt regelmatig op eigen, Romeinse wijze geklaagd. Een van de mooiste staaltjes van openbare kritiek staat op de Piazza Pasquino , een pleintje dat via de korte zuidzijde van de Piazza Navona is te bereiken. Het is vernoemd naar de kleermaker (volgens sommigen was hij barbier, volgens anderen leraar) Pasquino die hier vlakbij zijn winkeltje had en zijn ongezouten kritiek op de gang van zaken in Rome op de muren aanplakte. Toen vlak na zijn dood in 1501 bij het plaveien van zijn straatje een klassiek beeld werd opgegraven, werd dit voor de muur van een hoek van het Palazzo Braschi geplaatst.

Sprekend beeld Pasquino op de Piazza Pasquino, hoek Via di Pasquino en Via di San Pantaleo (foto: Google Maps).

Al gauw namen anonieme klagers Pasquino’s gewoonte over en gebruikten de sokkel van het beeld om hun klachten kenbaar te maken. Sindsdien zijn in Rome meer beelden voor dit doel gebruikt en wordt een aangeplakte tekst, ironisch en kritisch tegelijk, pasquinade of paskwil (naar het verkleinwoord Pasquillo) genoemd. In het verleden moesten vooral pausen het ontgelden en waren falend bestuur en belastingen vaak langskomende thema’s.

Menelaos met in zijn armen het lijk van Patroklos; het beeld heet in de volksmond ‘Pasquino’.

Het beeld verkeert in zeer slechte staat en kan niet goed worden geïnterpreteerd. De algemene sententie is, dat het Menelaus voorstelt met de stervende Patroclus in zijn armen. Het zou een Hellenistisch werk zijn uit de tweede helft van de derde eeuw vóór Christus, misschien van Antigonos van Pergamon.

De pasquinaden lokten vaak verhitte dialogen uit en men sprak al gauw van een congresso degli arguti, ‘samenkomst van discussies’. Naast Pasquino kent Rome nog meer zogeheten statue parlanti, ‘sprekende beelden’. Zo werd ook de liggende Oceanus (nu op de binnencourt van het Museo Capitolino, oorspronkelijk een fontein) vaak ’geafficheerd’ en kreeg de naam Marforio

Beeld van de liggende Oceanus, cortile Museo Capitolino.

Bij het Palazzetto Venezia (westelijke uitbouw van het Palazzo Venezia) staat een andere statua parlante, een meer dan levensgrote, marmeren buste van een vrouw die naar alle waarschijnlijkheid keizerin Faustina (vrouw van keizer Antoninus Pius) uitbeeldt, maar door het Romeinse volk Madama Lucrezia wordt genoemd.

Statua parlante, ‘Madama Lucrezia’, op de hoek van de Piazza di San Marco (foto 1996).

Andere statue parlanti zijn il Facchino (fonteintje met 16de eeuwse figuur in de Via Lata, naast het Palazzo Doria Pamphilj), il Babuino (de ‘baviaan’, in de Via del Babuino, tevens fontein) en l’Abate Luigi (‘abt Luigi’, laat-Romeins beeld van man in toga, in een hoekje op de Piazza Vidoni naast de S.Andrea della Valle). Zijn trouwens de sprekende beelden volbehangen of is de plek te ver voor de klager, is een kerkdeur zó gevonden. Om de huidige pasquinaden te kunnen lezen is wel kennis van het Romeinse dialect (romanesca) gewenst.

Hier volgen enkele voorbeelden van pasquinaden. Een van de eerste pausen wiens naam viel, was Nicolaus V (1447-1455):

Da quando è Niccolò papa e assassino,
abbonda a Roma il sangue e scarso è il vino.
Sinds Nicolaus paus en moordenaar is,
vloeit het bloed rijkelijk in Rome en is de wijn schaars.

Paus Innocentius VIII had geen goede reputatie, wellicht omdat hij door heksenvervolgingen vele slachtoffers maakte:

Il nome d’Innocenzo che prendesti
non ti si affà per niente;
è meglio che pei posteri tu resti
col nome di Nocente.
De naam ‘Innocentius’ die jij hebt aangenomen,
past helemaal niet bij jou;
het is beter dat het nageslacht jou zich herinnert
bij de naam ‘Nocens’.
(Lat. nocens = schadelijk of schuldig, innocens = onschadelijk, onschuldig.)

Toen paus Innocentius X 12000 scudi had betaald alleen om een obelisk van zijn vindplaats in Rome naar de Piazza Navona te verplaatsen, sprak Pasquino:

Noi volemo altro che guglie e fontane:
pane volemo, pane, pane, pane!

‘Wij willen iets anders dan obelisken en fonteinen:
brood willen wij, brood, brood, brood!’

Over dezelfde paus en prostitutie:

Santo Padre, non più puttane!
Pane, pane, pane, pane! 
‘Heilige Vader, niet nóg meer hoeren!
Brood, brood, brood, brood!’

Paus Alexander VI (Borgia) had de naam wellustig, gewelddadig en wreed te zijn en toen hij in 1503 was gestorven, kwam het grafschrift:

Qui giace Alessandro sesto. È sepolto con lui
quanto venerò: il lusso, la discordia, l’inganno,
la violenza, il delitto.
‘Hier ligt Alexander de Zesde. Begraven is samen met hem
alles wat hem toekwam: wellust, onenigheid, hebzucht,
geweld, misdaad.’

Paus Urbanus VIII uit het geslacht der Barberini kreeg vanwege zijn belastingpolitiek van het volk de bijnaam papa gabella, ‘taxpaus’. Hij liet de antieke bronzen balken van het Pantheon omsmelten om er 80 kanonnen en het baldakijn boven het altaar van de St.Pieter van te maken. Prompt volgde Pasquino’s heel beroemde commentaar in een Latijnse woordspeling:

Quod non fecerunt barbari, fecerunt Barberini.
‘Wat de barbaren niet hebben gedaan, hebben de Barberini gedaan.’

De Medici paus Leo X (1513-1521) werd niet erg serieus genomen getuige de dialoog met Marforio:

Come vanno gli affari?
Benissimo, Marforio: comandano i giullari.
‘Hoe staan de zaken?’
‘Geweldig, Marforio: de hofnarren hebben de leiding.’

Adrianus VI, de Nederlandse paus, werd eens zó kwaad op Pasquino, dat hij deze de Tiber in wilde gooien. Toen deze paus op sterven lag, nam hij wraak door bij zijn lijfarts een bos bloemen af te geven met begeleidend schrijven:

Al liberatore della patria (SPQR).
‘Aan de bevrijder van het vaderland…’
(SPQR is de afkorting van het Latijn Senatus Populusque Romanus, woorden die een senaatsbesluit aankondigden.)

Hij kreeg een alternatief en minder vleiend grafschrift mee:

Papa Adriano è chiuso qui; egli fu un tristo.
Con tutti ebbe a che far, fuorché con Cristo.
Hier is paus Adrianus weggeborgen; hij was een zielepoot.
Met iedereen had hij wel iets, behalve met Christus.

Aan Paus Paulus III (Farnese) zijn talloze pasquinaden gewijd; hij had de naam hebzuchtig te zijn (hij wordt o.a. een ‘Cerberus’ met drie keelgaten genoemd) en kreeg het volgende grafschrift mee:

In questa tomba giace un avvoltoio cupido e rapace.
Ei fu Paolo Farnese che mai nulla donò, che tutto prese. 
Fate per lui orazione: poveretto, morì d’indigestione. 
‘In dit graf ligt een inhalige en gulzige aasgier.
Hij was Paulus Farnese, die nooit iets gaf, alles nam.
Bid voor hem: arme man, hij stierf aan slechte spijsvertering.’ 

Bij de verkiezing van paus Alexander VIII uit het geslacht Ottoboni kwam de vreugdekreet:

Allegrezza! Per un papa cattivo ne abbiamo otto boni.
‘Hoera! Voor één slechte paus hebben we acht goede.’
(Woordspeling met de familienaam en het Italiaans otto buoni.)

Nog een dialoog tussen twee statue parlanti:

Sono ladri i Francesi? (Marforio)
‘Zijn de Fransen boeven?’ 
Non tutti, ma Bona Parte. (Pasquino)
‘Niet alle, maar wel Bonaparte.’
(Woordspeling met het Italiaans buona parte, ‘een groot deel’.)