Press "Enter" to skip to content

Sant’ Agnese f.l. Mura

Aan de Via Nomentana 349, vanuit het centrum van de stad een klein half uur rijden met de stadsbus (diretta nr. 60), ligt de kerk van de heilige Agnes, de Sant’ Agnese fuori le Mura  (‘buiten de muren’). In de vierde eeuw na Christus troffen reizigers die de stad verlieten hier bij het eerste miliarium (mijlpaal) een glooiend gebied met graven aan.

Het bekendst is de kerk van Sant’ Agnese om twee dingen: het mausoleum van Santa Costanza en de catacomben. Constantina (Costanza), dochter van keizer Constantijn, heeft in het midden van de vierde eeuw na Christus (vóór 361) vlak naast het graf van de heilige Agnes haar eigen grafmonument laten oprichten. Het was ook de laatste rustplaats van Helena, zuster van Constantina.

Ingang van de Santa Costanza (foto: Wikipedia Commons).

Het mausoleum is kenmerkend voor de christelijke architectuur in de vierde eeuw na Christus: het is cirkelvormig en bevat rondom de centrale plaats voor het altaar een ommegang met zuilen. Het centrale gedeelte draagt een koepel van 22,5 meter doorsnede. De symmetrie van het gebouw wordt bereikt door lijnen vanuit het middelpunt naar buiten toe te trekken als de stralen van een lichtbron. De ommegang wordt van het centrale gedeelte gescheiden door een rij van twaalf dubbele zuilen van graniet. Alle zuilen zijn afkomstig van oudere, klassieke bouwwerken in Rome.

Santa Costanza, interieur met ommegang.

De ommegang wordt overdekt door een tongewelf. De wanden daarvan hebben vier grote nissen. In de nis die recht tegenover de ingang ligt, stond de sarcofaag van Constantina, gemaakt van rood porfier. De versieringen verwijzen naar de cultus van Dionysus en zijn daarmee in overeenstemming met de plafonddecoratie (druivenoogst). Wat je nu ziet is een kopie van gips, het origineel bevindt zich sinds de achttiende eeuw in de Sala a Croce Greca in de Vaticaanse Musea (inventarisnr. 237). De sarcofaag is ergens tussen 1467 en 1471 verplaatst naar de Piazza di San Marco (in het centrum van de stad) om in 1790 naar het Vaticaan te worden getransporteerd. Het verhaal wil dat 40 runderen nodig waren om het gevaarte voort te trekken (bron: mv.vatican.va).

Sarcofaag (kopie) van Constantina (foto: Wikipedia Commons).

Vanaf de zevende eeuw werd het grafmonument als doopkapel (baptisterium) gebruikt bij de basiliek van Sant’ Agnese en in 1254 is het een kerk geworden om de heilige Costanza te vereren, omdat men haar bij vergissing is gaan beschouwen als een martelaar. Jammer genoeg zijn de mozaïeken die de wanden en het plafond bedekten grotendeels verdwenen. Na eeuwen van verval verkeerden deze in zeer slechte staat (het gebouw stond op instorten) en zijn na 1623 op last van paus Urbanus VIII (Barberini, 1623-1644) weggehaald en door eenvoudigere voorstellingen vervangen.

In de zeventiende eeuw werd het bouwwerk zelfs aangezien voor een tempel van Bacchus. Nederlandse en Vlaamse kunstenaars (verenigd in het broederschap van de Bentvueghels, ‘Bentvogels’) vierden hier hun bijeenkomsten, hielden hun dronkemansfeesten en lieten her en der op de wanden hun handtekeningen achter. Aan deze vorm van vertier kwam in 1720 een eind door een verbod van paus Clemens XI (Albani).

Mozaïek aan het plafond van de Santa Costanza: druiven worden geoogst (foto: Wikipedia Commons).

De catacomben (tel. +39.06.86205456 of catacombe@santagnese.net) bevatten de graven van christenen die begraven wilden worden vlakbij de Heilige Agnes die als heel jong meisje slachtoffer was van een van de christenvervolgingen in de derde eeuw na Christus. Haar martelaarschap wordt voor het eerst genoemd in een document uit de vijfde eeuw, de Passio Sanctae Agnetis (‘lijdensverhaal van de heilige Agnes’). In de negende eeuw is haar hoofd naar het Sancta Sanctorum (‘heilige der heiligen’) bij het Lateraans paleis overgebracht. Een onderzoek uit 1903 heeft uitgewezen dat het inderdaad gaat om een schedel van een 12- of 13-jarige. Paus Pius X heeft de relikwie uiteindelijk een plaats gegeven in de Sant’ Agnese aan de Piazza Navona. De catacomben bestaan in hoofdzaak uit drie niet al te grote gangenstelsels. Een daarvan begint onder de apsis van de kerk. Bezoekers betreden de catacomben vanuit de sacristie links vooraan in de kerk.

Het oudste gedeelte van het complex wordt gevormd door de resten van de zogeheten Constantijnse Basilica, naast (en niet óp) het graf van de Heilige Agnes opgericht door Constantina. In vroegchristelijke tijd was het gebruikelijk om gestorvenen een laatste rustplek te geven in een overdekte ruimte. De benaming basiliek is hier dus niet de term voor een kerk als zodanig. Om de muren van de ‘basiliek’ te bekijken moet je een stukje de wijk in lopen. Het mausoleum van Costanza, tegenwoordig een losstaand gebouw, was oorspronkelijk alleen via een ingang aan het begin van het linker schip in de basiliek bereikbaar. Sommigen twijfelen aan de juiste locatie van Constantina’s graf en denken dat het in het centrale gedeelte van de basiliek’ heeft gelegen.