Press "Enter" to skip to content

Santa Maria in Trastevere

De Heilige Mariakerk in Trastevere (‘aan de overkant van de Tiber’) is onder paus Julius I (337-352) gebouwd op de plek van de titulus Callixti (kerk-aan-huis van paus Callixtus I die hier de marteldood stierf). De legende vertelt dat de kerk op de plaats staat, waar op de geboortedag van Christus een oliebron ontsprong (om precies te zijn bij de trap naar het altaar, zie tekst: FONS OLEI). De traditie wil dat dit de eerste kerk in Rome was die aan de Heilige Maagd Maria werd gewijd. Tevens wordt beweerd dat in deze kerk de eerste missen in het openbaar werden gehouden.

De oliebron (Fons Olei) aan de voet van het altaar.

Tijdens het bewind van paus Innocentius II (1138-1148) is de in verval geraakte kerk gerestaureerd, maar níet in Gotische stijl (de mode in die tijd): de kerk heeft het karakter behouden van de oud-Romeinse basilica. Voor de bouw zijn stenen uit de thermen van Caracalla gebruikt.

De Santa Maria in Trastevere in de 18de eeuw, gravure van Giuseppe Vasi (1710-1782).

De balustrade aan de voorkant van de kerk, in 1702 ontworpen door Carlo Fontana (het ontwerp van de fontein op het plein voor de kerk is ook van hem), wordt bekroond door vier barokke beelden van de heiligen Callixtus, Cornelius, Iulius en Calepodius. Het mozaïek (misschien het werk van Pietro Cavallini, 13de eeuw) onder de driehoeksgevel stelt Maria voor te midden van acht maagden en twee weduwen die lantaarns bij zich hebben. Alleen die van de weduwen (rechts van Maria) branden niet meer.

Balustrade van de Santa Maria in Trastevere.

In de voorhal van de kerk zijn talrijke grafinscripties opgehangen die een indruk geven van de diversiteit van de Romeinse bevolking. In de kerk zelf wordt een steen bewaard waarop de engelen zaten die de kruisiging van Petrus van nabij meemaakten. Paus Pius IX vond de Egyptische godheden die de 21 Jonische zuilen versierden te heidens en heeft ze in 1865 laten weghalen. Op de triomfboog en in de apsis zijn mozaïeken aangebracht die het Lam Gods voorstellen: apostelen treden het tegemoet vanuit Bethlehem en Jeruzalem (Pietro Cavallini zou ook hieraan zijn bijdrage hebben geleverd).

In het rechter schip vlakbij de hoofdingang is tegen de wand het tabernakel van Mino da Fiesole (1429-1484) aangebracht. Op de lijst onderaan is zijn naam ingebeiteld: opus Mini, “werk van Mino”. Het geheel is in marmer en bladgoud uitgevoerd en heeft de opzet van een tempelfront. Ook hier is de vondst van de oliebron uitgebeeld. Pausen en heiligen dragen in het midden onder het toeziend oog van Christus een paneel met de tekst olea sancta, “heilige olie”.

Tabernakel van Mino da Fiesole, ca. 1473-1479 (bron: Alinari, unibo.it)

In de vroege renaissance kwamen Florentijnse kunstenaars doorgaans niet in Rome, maar van Mino da Fiesole is bekend dat hij twee keer voor de duur van een aantal jaren in de stad werkzaam is geweest.