Press "Enter" to skip to content

Santa Maria in Cosmedin

De Santa Maria in Cosmedin (‘Heilige Maria in Cosmedin’)  is in de zesde eeuw opgericht boven op een plek waar eens op het Forum Boarium (‘rundermarkt’) een altaar voor de god Hercules heeft gestaan (archeologisch onderzoek lijkt dit te bevestigen). Omstreeks 782 zochten Byzantijnse monniken, op de vlucht voor de christenvervolgingen in hun land, hier een onderkomen. Naar aanleiding van hun bijdrage aan de versieringen van de kerk kreeg het gebouw de bijnaam kosmidion (Gr. κοσμίδιον, ‘sieraad’), wat uiteindelijk heeft geleid tot de huidige naam van de kerk. Vanwege de Byzantijnse inbreng gaven de mensen haar ook de naam Schola Graeca (Latijn voor ‘Griekse school’).

De Santa Maria in Cosmedin in de 18de eeuw, gravure van Giuseppe Vasi (1710-1782).

In 1084 hebben de Noormannen bij hun inval in Rome de kerk flink beschadigd, maar deze werd herbouwd en uit die tijd dateert tevens de klokkentoren. De façade heeft weer een middeleeuwse uitstraling, nu de toevoegingen uit de tijd van paus Clemens Xl (1700-1721) in rococo-stijl (d.w.z, in allerlei drukke versieringen) zijn weggehaald. Links in het voorportaal hangt tegen de korte wand de Bocca della Verità (‘Mond van de Waarheid’), een ronde steen met daarop uitgehouwen een gelaat met grote ogen en een wijd openstaande mond. Het is een middeleeuwse ‘leugendetector’, want wie op een onwaarheid werd betrapt, terwijl hij zijn hand in de geopende mond hield, kon die er niet meer uittrekken. In werkelijkheid zal het gaan om een wanddecoratie (alleen in verticale stand komt de versiering tot zijn recht) van een fontein uit de oudheid.

Het interieur ademt een sfeer van ongereptheid: centraal koor van marmer, Cosmatenvloer, bisschoppelijke troon, baldakijn op vier zuilen van porfier (let op het altaar dat uit een stenen, Romeinse badkuip bestaat!), zuilen en pilasters met middeleeuwse en klassieke kapitelen. De grote zuilen tegen de wanden hij de ingang stammen waarschijnlijk van het sacellum (‘heiligdommetje’ of kapel) dat gewijd was aan Pudicitia Patricia (‘Kuisheid’, beschermgodin van de adellijken), op de resten waarvan de kerk is gebouwd.

In de sacristie (direct rechts na binnenkomst in de kerk) hangt achterin tegen de wand een fragment van een mozaïek met vergulde achtergrond dat de epifanie (‘verschijning’ van de drie koningen; slechts één koning is te zien) voorstelt. Het mozaïek stamt uit het jaar 706 en hing in de bidkapel van paus Johannes VII (in de oude Sint Pieterskerk).