Press "Enter" to skip to content

Forum Romanum (3)

Van Ficus Ruminalis tot triomfboog van Augustus

Besproken onderwerpen:
(tempel van) Augustus
(triomfboog van keizer) Augustus
(tempel van) Castor en Pollux
Cloaca Maxima
(ruiterstandbeeld van) Domitianus
Ficus Ruminalis
(tempel van) Iulius Caesar
Lacus Curtius
(zuil van) Phocas
(kerk van) Santa Maria Antica
Vicus Tuscus

Met de Basilica Iulia in de rug kijk je uit op het centrale deel van het Forum Romanum. Laat je blik van links naar rechts gaan en je ziet de volgende dingen. Vlakbij de Rostra staan een wijnrank, een olijfboom en een vijgenboom (het gebied is met een ketting afgeperkt). De vijgenboom heet de Ficus Ruminalis (‘vijgenboom van Romulus’) en geeft de plek aan waar het mandje van Romulus en Remus tijdens het buiten de oevers treden van de Tiber aan wal is gekomen. Met de legende over hun leven begint de geschiedenis van Rome.

De Ficus Ruminalis (‘Vijgenboom van Romulus’) staat midden op het Forum Romanum naast een olijfboom en een wijnrank.

Ita velut defuncti regis imperio in proxima alluvie ubi nunc ficus Ruminalis est – Romularem vocatam ferunt – pueros exponunt.
“Zo legden ze, in de overtuiging het bevel van de koning uit te voeren, de jongens neer op het dichtstbijzijnde overstroomde stukje land, waar nu de Ruminalis-vijgenboom staat – volgens zeggen heette die ‘van Romulus’.”
(Livius AUC 1.4)

Vervolgens zie je een hoog voetstuk met daarop de zuil van Phocas , een erezuil uit 608, opgericht voor de Byzantijnse keizer Phocas (om precies te zijn op 1 augustus van dat jaar). De zuil en het Korinthische kapiteel zijn afkomstig van andere monumenten, het voetstuk (uit de inscriptie daarop valt af te lezen dat boven op de zuil een verguld standbeeld van de keizer heeft gestaan) heeft ooit een erezuil van keizer Diocletianus gedragen. Eén goede daad is verbonden met de naam van Phocas: in 609 heeft hij het Pantheon geschonken aan paus Bonifatius IV, die het als kerk van de martelaren heeft ingewijd. Voor de rest staat hij in de boeken als een man die er ongelooflijk lelijk uitzag en in 602 in Byzantium de macht greep, een schrikbewind voerde en in 610 na flink gemarteld te zijn vermoord werd, waarbij zijn lichaam aan stukken werd gereten en overal in het rond werd gestrooid. De zuil van Phocas is het laatste eremonument dat op het Forum Romanum is opgericht. Vanwege zijn lengte is hij in al die eeuwen altijd zichtbaar geweest boven het maaiveld.

Rechts van de zuil van Phocas ligt de Lacus Curtius (het ‘meer van Curtius’). Het geeft de plek aan waar volgens de legende in 362 vóór Christus de ridder Marcus Curtius zich in volle waperirusting te paard in een kloof wierp die daar plotseling was ontstaan. Het verschijnen ervan werd door de bevolking als een kwaad voorteken gezien en met zijn actie wist Marcus Curtius blijkbaar het gevaar af te wenden, want de kloof sloot zich. Aannemelijker is dat het de plaats is waar het Forum Romanum nog de restanten bevatte van het oorspronkelijke moeras, drassig en vol ‘sink holes’.

Marcus Curtius stort zich in de kloof op het Forum Romanum (replica).

Voorbij de Lacus Curtius heb je ten oosten daarvan de plek waar ooit een immens ruiterstandbeeld van Domitianus heeft gestaan dat de keizer in 91 heeft laten oprichten na zijn overwinning op de Germanen. De drie voetafdrukken van het paard (het paard hield een van de voorbenen in de hoogte) zijn nog zichtbaar in het voetstuk. Het dier hield onder zijn omhooggeheven hoef de onderworpen Rijn (Rhenus) in bedwang, een houding die vergelijkbaar is met die van het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius (zie artikel over het Palazzo dei Conservatori). Vlak ernaast moet een even groot ruiterstandbeeld van keizer Constantijn hebben gestaan.

Voorbij de Basilica Iulia kun je, lopend in oostelijke richting, rechtsaf de Vicus Tuscus (‘Etruskenstraat’) inslaan. Deze straat vormt een snelle verbindingsweg tussen het Forum Romanum aan de ene kant en het Forum Boarium (‘veemarkt’), Forum Holitorium (‘groentemarkt’) en het Circus Maximus (‘hoofdrenbaan’) aan de andere kant. Zijn naam dankt hij waarschijnlijk aan de vele Etrusken die zich hier hadden gevestigd en zo vlakbij hun werk woonden: het waren arbeiders die voor de bouw van de tempel van Iuppiter Capitolinus naar Rome waren gehaald. In latere tijd had je hier allerlei winkels en werd de naam van de straat verbasterd tot Vicus Turarius, een verwijzing naar de vele handelaren in reukwaren, de turarii (tus, meervoud tura, betekent ‘wierook’ in het Latijn).

Vicus Tuscus, verbindingsweg tussen Forum Romanum en Forum Holitorium.

Daar waar de treden van de Basilica Iulia ophouden, is een deuropening aangebracht. Een trap leidt naar beneden en een bordje vertelt dat hier de ingang is naar de Cloaca Maxima, de hoofdriool. Deze speelde een uiterst belangrijke rol bij de drooglegging van het moeras dat eens het Forum Romanum is geweest. Nog steeds wordt een gedeelte ervan gebruikt om afval te lozen in de Tiber (nabij de Ponte Rotto, de ‘kapotte brug’). De afgelopen jaren hebben archeologen grote gedeelten van de Cloaca Maxima onder en rondom het Forum Romanum blootgelegd.

Trap naar de Cloaca Maxima onder het Forum Romanum.

Het eerste gebouw aan de overkant van de Vicus Tuscus is de tempel van Castor en Pollux  (de meeste bronnen spreken simpelweg van Aedes Castoris, ‘heiligdom gewijd aan Castor’) en staat op de plaats waar volgens de legende de Dioscuren (‘zonen van Zeus’) Castor en Pollux in 499 vóór Christus met hun paarden halthielden (om precies te zijn: bij de bron van Iuturna, zie verderop), nadat ze de Romeinen de slag aan het neer van Regillus hebben helpen winnen. Op 27 januari 484 vóór Christus zou de tempel zijn gewijd. Toen keizer Caligula zijn paleis op de Palatijn naar het Forum Romanum uitbreidde, heeft hij de tempel als toegangshal in de bouw laten opnemen, wat weer door keizer Claudius ongedaan is gemaakt. Drie zuilen (ze gelden als de meest verfijnde in Rome) en een stukje van de architraaf: dat is het enige wat rest van deze tempel. In de vijftiende eeuw werd de straat die hiervoor liep de Via Trium Columnarum (‘weg van de drie zuilen’) genoemd. De gehele oppervlakte meet 50 bij 30 meter. Niet zelden werden er senaatsvergaderingen gehouden; op de trappen hield men toespraken tot het volk, waar die de functie van de Rostra (zie boven) vervulden.

Loop je de Vicus Tuscus nog verder in, dan heb je aan je linkerhand de resten van de tempel van Augustus (door sommige bronnen genoemd Templum Novum, ‘nieuwe tempel’). Aan de bouw ervan is begonnen onder keizer Tiberius. Hier stonden standbeelden van Augustus (samen met keizerin Livia) en andere vergoddelijkte keizers. Er hing ook een schilderij van de kunstenaar Nikias van Athene met een voorstelling van Hyacinthus. De tempel wordt veelvuldig op munten afgebeeld. Over deze tempel heen heeft keizer Caligula zijn beruchte brug vanuit de Palatijn naar het Capitool laten aanleggen.

Hek voor de Santa Maria Antica (in restauratie).

De tempel bestond uit een grote hal met twee daarop uitkomende kleinere hallen. In de kleinste daarvan verrees in de vijfde eeuw de kerk van Santa Maria Antica, die in 847 door een aardbeving beschadigd raakte. In de dertiende eeuw bouwde men hierover heen de Santa Maria Liberatrice (officiëel: Santa Maria libera nos a poenis infernis, ‘Heilige Maria, bevrijd ons van helse straffen’). De wanden van de vroegste kerk bevatten schilderingen die voor de kunsthistorie van groot belang zijn. Men denkt dat de ruimte waarin deze kerk heeft gestaan in de oudheid als bibliotheek heeft gediend.

Ingang van de Santa Maria Antica.

Terug naar de Sacra Via, waar een verbindingsweg de wandelaar van de zuidelijke naar de noordelijke tak brengt. Tussen de Basilica Aemilia en de tempel van Castor en Pollux bevond zich de tempel van Iulius Caesar, waarvan nu alleen nog maar het podium (met een breedte van 17 meter) over is. Hij stond op de plek waar het lichaam Caesar werd gecremeerd. Dit was hij wijze van uitzondering, want op het Forum Romanum was lijkverbranding verboden. Een altaar en een gedenkzuil met daarop de tekst Parenti Patriae (‘voor de vader des vaderlands’) werden kort daarop opgericht, maar maakten al gauw plaats voor de aan de dictator gewijde tempel. Vanuit het hoge podium van de tempel, die in Jonische stijl was gebouwd, had je aan de voorzijde twee uitlopende gedeeltes die op de grond een halfronde nis omvatten. In de nis kwam opnieuw een altaar te staan. In de cella (het centrale gedeelte) stond een reusachtig beeld van Caesar met op zijn hoofd een voorstelling van een staartster. Het hoge podium van de tempel werd vaak gebruikt als een plek vanwaaruit toespraken tot het volk werden gehouden. Daarmee bezat het Forum Romanum uiteindelijk drie spreektribunes.

Bestrating onder de triomfboog van Augustus, pal aan de Via Sacra (zuidelijke vertakking).

De weg tussen de tempel van Caesar en die van Castor en Pollux loopt een beetje bol op. Dit is het enige waaraan je nog kunt merken dat dit de middelste doorgang was van de triomfboog van keizer Augustus, waarschijnlijk in 29 vóór Christus ingewijd en opgericht ter nagedachtenis aan de slag bij Actium in 31 vóór Christus, waar Augustus (beter gezegd: zijn vlootcommandant Agrippa, want Augustus was er zelf niet bij) de vloot van Antonius en Cleopatra een gevoelige nederlaag toebracht en de alleenheerschappij naar zich toetrok. Munten laten zien dat de triomfboog drie doorgangen had en bekroond werd met een vierspan (quadriga), bestuurd door Augustus. De architecten hadden een probleem, want aan de zuidzijde stond een hoek van de tempel van Castor en Pollux in de weg. Dat gedeelte van de boog is dan ook over de treden van die tempel gebouwd.

Annos undeviginti natus exercitum privato consilio et privata impensa comparavi, per quem rem publicam a dominatione factionis oppressam in libertatem vindicavi.
“Op negentienjarige leeftijd heb ik op eigen initiatief en op eigen kosten een leger op de been gebracht, waarmee ik aan de samenleving, die leed onder de terreur van een partij, de democratie heb geschonken.”
(Augustus, openingszin van de Res Gestae)