Press "Enter" to skip to content

Palazzo dei Conservatori

Wie het Palazzo dei Conservatori (genoemd naar de conservatori, ‘hoeders’ zoals de burgers in de middeleeuwen heetten die in het stadsbestuur waren gekozen) bezoekt, wordt bij binnenkomst meteen gevangen door de aanblik van de cortile (binnenplaats) met zijn reusachtige blokken marmer en fragmenten van wat eens een gigantisch beeld moet zijn geweest. Het hoofd, bovenarm, hand met wijzende vinger, knie, scheenbeen en voet zijn de delen die resten van de colossus van Constantijn.

Cortile van het Palazzo dei Conservatori.

In de vierde eeuw heeft dit beeld van de keizer in de apsis van de Basilica van Maxentius (zie beschrijving Forum Romanum) gestaan. De marmerblokken aan de andere kant van de binnenplaats zijn afkomstig van de tempel van Hadrianus. Ze stellen provincies van het Romeinse rijk en de wapenbuit voor.

Rechter voet van het kolossale beeld van keizer Constantijn op de Cortile van het Palazzo dei Conservatori.

De grote trap naar boven brengt je op een tussenverdieping waar vier reliëfs in de wand zijn aangebracht, drie die keizer Marcus Aurelius (triomferend, genadig voor zijn vijanden en offerend) en een die keizer Hadrianus (aankomst in de stad) voorstellen. Op de eerste verdieping betreed je meteen de zaal van de Horatiërs en Curiatiërs (Sala dei Orazi e Curiazi), zo genoemd naar de reusachtige wandschildering gemaakt door Cavalier d’Arpino in de jaren 1597-1619. Hij beeldt het verhaal uit dat Livius vertelt over de drielingen uit twee rivaliserende legers die in een tweegevecht de uiteindelijke uitslag van de oorlog zullen bepalen. De laatste Horatiër doodt de laatste, nog in leven zijnde Curiatiër, dit tot groot verdriet van zijn zus (links op de voorgrond met de handen aan het gezicht), want zij is de verloofde van de Curiatiër.

Het gevecht tussen de Horatii en Curiatii (in de Sala dei Orazi e Curiazi), wandschildering van Cavalier d’Arpino.

Cavalier d’Arpino heeft in deze zaal trouwens de belangrijkste legenden uit de ontstaansgeschiedenis van Rome op de wanden aangebracht, o.a. de herder Faustulus met de tweeling Romulus en Remus, de Sabijnse maagdenroof, koning Numa Pompilius die de eredienst instelt, het gevecht tegen de inwoners van Veii en Fidenae. Het grote bronzen beeld stelt paus Innocentius X voor, een werk van Alessandro Algardi uit 1645; het grote marmeren beeld stelt paus Urbanus VIII (Barberini) voor bij de zegening, een werk van Gian Lorenzo Bernini (en assistenten) uit de jaren 1635-1639.

Het vertrek in de andere hoek van deze vleugel, de Sala dei Trionfi (zaal van de triomfen) huisvest een voor de kunstgeschiedenis belangrijk bronzen beeldje. De Spinario (Doornuittrekker) is een laat-Hellenistisch werk uit de eerste eeuw vóór Christus en wordt geroemd om zijn naturalisme en elegantie. De buste met de streng ogende man wordt gedateerd in derde-tweede eeuw vóór Christus en is het portret van Iunius Brutus, de man die Tarquinius Superbus, de laatste koning van Rome, verdreef en de eerste Romeinse consul werd.

De Spinario, de ‘Doornuittrekker’; de stand van het hoofd is niet in overeenstemming met de kromming van de rug, wat sommigen tot de veronderstelling heeft het gebracht dat het hoofd later is aangebracht (of van een ander beeld stamt).

De volgende zaal is het onderkomen van het symbool van Rome: de Lupa Capitolina (‘Capitolijnse wolvin’). Dit beeld is een knap staaltje van bronsbewerking, zeker als je bedenkt dat het in de vierde, misschien zelfs vijfde eeuw vóór Christus is gegoten. In die tijd waren op het Italische schiereiland alleen Etrusken daartoe behoorlijk in staat. Men denkt dat het werk afkomstig is uit de werkplaats van Vulca uit Veii.

De Lupa Capitolina (‘Capitolijnse Wolvin’) met de tweeling Romulus en Remus.

De wolvin heeft op het Capitool gestaan op een hoge zuil. Een ernstige beschadiging aan haar linker achterpoot laat zien dat zij eens door de bliksem is getroffen. De tweeling onder het dier is niet klassiek, maar een toevoeging uit de vijftiende eeuw door Antonio del Pollaiolo. De muren van deze zaal zijn bekleed met de fasti consulares et triumphales (lijsten van consuls en triomfen) die ooit aan de buitenkant van de triomfboog van Augustus op het Forum Romanum hebben gehangen.

De Fasti Consulares op de achterwand van de zaal met de Lupa Capitolina.

In de Sala delle Oche (‘zaal van de ganzen’, zo genoemd naar bronzen beelden van deze dieren) zie je een bronzen vaas waarvan de buik het portret van de godin Isis laat zien. Het Medusahoofd (met het slangenhaar) is een werk van Gian Lorenzo Bernini. Mocht je ernaar benieuwd zijn hoe Michelangelo er ooit heeft uitgezien, kun je hier zijn portret in brons bewonderen, een kopie van een werk van Daniele da Volterra. Als je hem lelijk vindt, kan dat kloppen, want al in zijn eigen tijd vonden de mensen hem geniaal, maar beslist niet moeders mooiste.

In de volgende zalen zie je verder een Artemis van Efese (godin met de vele ‘borsten’, die in werkelijkheid eerder granaatappels moeten voorstellen), op een sokkel een bronzen krater van koning Mithradates IV, door Sulla of Marius in de eerste helft van de eerste eeuw vóór Christus buitgemaakt tijdens de oorlog tegen deze koning van Pontus (in Klein-Azië).

Keizer Commodus als Hercules; in zijn linkerhand houdt hij drie granaatappelen vast.

Van zaal XII kun je nu direct zaal XVIII inlopen, een van de Sale degli Horti Lamiani (‘zalen van het park van de Lamiani’, het bezit van consul Lucius Aelius Lamia), waar vondsten van de Esquilijn zijn ondergebracht. Heel geraffineerd is de buste van keizer Commodus (180-193) als Hercules, die in zijn rechterhand zijn knots en in zijn linkerhand de granaatappels (zojuist uit de tuin van de Hesperiden gestolen) vasthoudt. Een ander pronkstuk is de Venus Esquilina (‘Venus van de Esquilijn’), een net niet levensgroot beeld van de godin van de liefde, hier voorgesteld bij het nemen van een bad. De kruik met de cobra verwijst naar de cultus van Isis.

De Venus Esquilina; met haar armen is zij bezig haar haren met een lint op te steken.

De zalen XXI tot en met XXIII zijn gewijd aan vondsten in de Horti di Mecenate (‘park van Maecenas’, eveneens op de Esquilijn). Misschien wel het meest intrigerende beeld is dat van Marsyas, een Romeinse kopie naar een Grieks origineel uit de tweede eeuw vóór Christus. Het is in 1876 vlakbij het Auditorium van Maecenas opgegraven en stelt de satyr Marsyas voor die de god Apollo tot een muziekwedstrijd had uitgedaagd, maar voor zijn hoogmoed moet boeten. Met handen en voeten vastgebonden aan een boomstronk ondergaat hij nu zijn straf: hij wordt levend gevild. Het zal geen toeval zijn dat de beeldhouwer roodgeaderd marmer (zgn. pavonazzetto) heeft gebruikt.

Ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius in de erezaal (´Esedra´) van het Palazzo dei Conservatori.

Eén stap verder de zaal uit en je staat oog in oog met het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius (keizer in de jaren 161-180). Eens stond het bij het Lateraans paleis en alleen een vergissing heeft het behoed voor omsmelten: men zag in de man Constantijn, de christenkeizer. In 1538 is het op voorstel van Michelangelo naar het Campidoglio verplaatst. Het is het enige bronzen ruiterstandbeeld van zulke afmetingen dat intact is gebleven. De keizer zit op een paard van Pannonisch ras, gezien de zware postuur van het beest. Oorspronkelijk lag onder de rechter (omhooggeheven) voet van het paard een hoofd van een overwonnen barbaar. De keizer lijkt met zijn houding het volk te willen toespreken (‘allocutio’). Er zijn hier en daar nog resten zichtbaar van verguldsel.

Detail van de buik van het paard van Marcus Aurelius; goed zichtbaar zijn de resten van verguldsel.

Lange tijd is het beeld onder handen van restaurateurs geweest en men heeft het parkje (de Giardino Romano, ‘Romeinse tuin’) achter het museum nu overdekt en ingericht als museumzaal. De zaal heet officiëel Esedra di Marco Aurelio (‘uitbouw van Marcus Aurelius’). In de zaal heb je verder nog de Hercules in verguld brons (een vondst op het Forum Boarium, de ‘rundermarkt’) en de bronzen colossus van Constantijn, althans het hoofd en de linkerhand hand daarvan. Langs de balustrade heb je een kijkje op de restanten van de fundamenten van de tempel van Iuppiter Capitolinus.

Hercules van het Forum Boarium van verguld brons (eveneens met drie granaatappelen in de linkerhand).

Als je op weg naar de tweede verdieping de tussenverdieping in het trappenhuis bereikt, zie je tegen de wand een mozaiek met de voorstelling van een tijger die een kalf aanvalt, een vondst uit de basilica van Iunius Bassus (Esquilijn, opus sectile, vierde eeuw). De Pinacoteca Capitolina (‘Capitolijns schilderijenkabinet’) die je nu betreedt, is voor fijnproevers die hun hart willen ophalen aan middeleeuwse, renaissancistische en barokke Italiaanse schilderkunst.

Michelangelo Merisi da Caravaggio, ‘De waarzegster’ (1593-1594, datum onzeker).

Een greep uit de collectie. Van Pietro da Cortona hangen hier zijn Sabijnse Maagdenroof en het portret van paus Urbanus VIII, van Guercino (de ‘schele’, echte naam: Giovanni Francesco Barbieri) de begrafenis van de heilige Petronilla (1621-1622) en de Perzische Sibylle (1647), van Caravaggio de Buona Ventura (‘jongeman met waarzegster’, 1593-1594; een tweede versie hangt in het Louvre) en San Giovanni Battista (Johannes de Doper met ram, 1601-1602; de Galleria Doria Pamphilj heeft hiervan een kopie), van Pieter Paul Rubens Romulus en Remus (een schilderij van drie in één: je ziet Mars bij Rhea Silvia, Romulus en Remus bij de wolvin en vanachter een boom komt de herder Faustulus aangeslopen; 1614).